Oranje, Tempelbroeders en vrijmetselaars
“Of u het nu prettig vindt of niet;
wij zullen een wereldregering krijgen, door verovering of met instemming.”
(James Warburg, telg uit een vooraanstaand bankiersgeslacht en lid van de Council on Foreign Relations (CFR).
De wereld is in gijzeling. Sinds de kredietcrisis breiden de banken hun macht in sneltreinvaart uit door niet langer enkel de derdewereldlanden maar álle naties aan een wurgend schuldinfuus te koppelen. De fenomenale renteschulden verhalen overheden via belastingen op de burgers. Het doel is gecentraliseerde totaalcontrole. Het banksysteem is daarbij het fundament in de manipulatie naar een wereldregering met een wereldleger, Wereldbank en wereldmunt. De macht van de bank is mogelijk omdat het bancaire geldsysteem is gebaseerd op een fantastische misleidtruc waarbij een selecte groep uit het niets ‘geld’ creëert en daarvan slechts een fractie in de bank (=computer) hoeft achter te houden, het zogenaamde ‘fractioneel bankieren’. Al eeuwenlang heeft men toegewerkt naar deze (digitale) werelddictatuur. Met het verdwijnen van het muntgeld en de koppeling van iedere persoon en al zijn (geld)transacties aan een persoonsnummer in een centrale database is het zover.Om het heden te begrijpen moet men het verleden kennen. Nederland heeft steeds een sleutelpositie gehad bij de totstandkoming van de huidige deplorabele staat van de mensheid, zoals ik in dit meerdelige artikel hoop aan te tonen.
Veel van de oudste bronnen zijn niet meer toegankelijk door bewuste vernietiging, zoals de Bibliotheek van Alexandrië aan het einde van de vierde eeuw, of recentelijk de catastrofale vernieling van archeologische sites van het antieke Babylon door het Amerikaanse leger en de plundering van het Irakees archeologisch museum tijdens de Irakoorlog. We beginnen daarom bij de kruistochten en Tempeliers om via de Zwarte Adel van Venetië, de zeventiende-eeuwse machtselite te Amsterdam en ‘Glorieuze Revolutie’ van de bankiers te Londen uiteindelijk uit te komen bij vandaag.
De Tempeliers, financiële wereldmacht achter de overheden
De schatrijke en oppermachtige katholieke orde ‘van de ‘Arme’ Ridders van Christus en de Tempel van Salomo’, beter bekend als de Tempelorde (Eng: Knights Templar), fungeren tijdens de kruistochten tegen de islam in deze tijd – met alweer religie als voorwendsel voor oorlog – als internationale bankiers in het Heilige Land. De kruistochten worden gevoerd tegen dezelfde personen die de media nu opnieuw valselijk als ‘terroristen’ afschilderen: de Semitische, oftewel Arabische volkeren, die volgens de propaganda van paus Urbanus II (1042 – 1099) de christenen ernstig zouden bedreigen. De ongekende slachtpartijen onder onschuldige kinderen, vrouwen en mannen zijn legendarisch maar, zouden de autoriteiten gelijk Madeleine Albright ons ook toen hebben voorgehouden: ‘It was worth it.’ Het werkelijke doel en uiteindelijke resultaat is, als vanouds, macht en gewin voor een selecte groep. Volgens Albert Pike, Soeverein Grootcommandeur van de Schotse Rite der Vrijmetselarij, is er echter nog een dieper doel. Hij zegt over de Tempeliers in zijn ‘Morals and Dogma’ het volgende:
“Het voorgewende doel was de bescherming van christenen die de Heilige Plaatsen kwamen bezoeken: hun geheime doel was de herbouw van de Tempel van Salomo.” (Deze tempel is tevens het meest fundamentele symbool in de vrijmetselarij).
Oorspronkelijk, aldus de overlevering, bestaand uit negen adellijke, bloedverwante ridders, zijn de Tempeliers gevrijwaard van belastingen, treden zij op als financiers van overheden tegen rente en als inners van belastingpenningen. Hoewel de katholieke kerk het in rekening brengen van rente officieel als woekerpraktijk beschouwt, ziet zij het door de vingers. De Tempeliers hebben vrijwel absolute vrijheid en autonomie, zijn enkel aan de paus verantwoording schuldig en betalen geen belastingen. Met hun internationale handelsbetrekkingen en vloot vormen zij een voorafschaduwing voor de eerste multinationals. Als vrije metselaars van gebouwen, waaronder kastelen en vooral romaanse kerken als de Temple Church te Londen, worden ze eigenaars van een immense rijkdom aan onroerend goed en land.
Autoriteit op het gebied van de Tempeliers, mediaevist prof. Malcolm Barber, schrijft in zijn boek over de toenemende spanning in de maatschappij vanwege de enorme politieke en financiële macht van de Tempelorde door koningen en pausen in schulden te dompelen en van zich afhankelijk te maken. De financiële en oppermachtige wurggreep op overheden en het volk, zou de Tempeliers uiteindelijk de kop kosten. De onvrede leidt uiteindelijk tot een proces tegen de Orde en hun ontmanteling:
“Zij waren impopulair en rijk en zelfs nog sterker betrokken bij een koninklijk financieel beheer dat ernaar gestreefd lijkt te hebben externe partijen te verwijderen, dan zelfs de Lombarden en Joden. Vanaf de vroege dertiende eeuw fungeerden de Franse tempeliers feitelijk als Koninklijke schatbewaarders.”
Uit een koninklijk verslag van 1202 blijkt dat de tempel van de Orde fungeert als centraal gelddepot, een soort proto-centrale bank. Waarschijnlijk fungeren tempels in de oudheid daadwerkelijk als bank. Het Bijbelboek Johannes 2, verzen 13-25, verhaalt over de tempel die gebruikt wordt door geldwisselaars en handelslieden tot afgrijzen van Jezus. Heden ten dage hebben veel bankgebouwen als de Bank of England en Federal Reserve Bank – welk ontwerp sterk doet denken aan de creaties van Hitlers rijks architect, Albert Speer – nog steeds de vorm van een antieke tempel. De Bank of England is zelfs gebouwd bovenop het heiligdom ter ere van de zonnegod Mythras, het Licht der wereld.
Het is de leden ten strengste verboden over de orde en tempelrituelen te spreken maar voormalig Tempelier Esquiu de Florian, klapt uit de school en vertelt koning Filips de Schone van Frankrijk verhalen over godslastering, seksuele uitspattingen en duivel aanbidding. Daar Filips een grote schuld heeft bij de Tempeliers komt deze aantijging als een geschenk uit de hemel vallen. De paus gebiedt de orde te ontbinden. Op 18 maart 1314 sterft de laatste grootmeester van de Tempelorde, de edelman Jacques de Moley met andere tempeliers op de brandstapel wegens aanbidding van ‘Baphomet’.
Deze godheid die de universele unie van positieve en negatieve energie representeert en wiens naam in verband wordt gebracht met ‘wijsheid’, zou stammen uit het Midden-Oosten en wordt standaard door de kerk afgebeeld als Satan zelf met het hoofd van een bok, het lichaam van een man en staande op gespleten hoeven. Het is echter niet de wijsheid zelf – vaak gepresenteerd al ‘verboden vrucht’ – maar de toepassing ervan die goed- of kwaadaardig kan zijn. De joodse bijbelgeleerde Dr Hugh J. Schonfield, een van de wetenschappers die aan de Dode Zee Rollen werkten, schrijft in zijn boek “The Essene Odyssey” dat Baphomet ‘בפומת’ van kabbalistisch-Hebreeuwse oorsprong is. De kabbala, hetgeen openbaring betekent, stamt uit de Egyptische esoterie.
De Tempeliers en Oranje als vermeende afstammelingen van Koning David
Veel vertegenwoordigers uit het topsegment van de samenleving in de Nederlanden (thans Nederland en Vlaanderen) nemen eveneens deel aan de kruistochten of voegen zich bij de tempeliers, zoals de legendarische Gerard van Ruddervoorde die het zelfs brengt tot Grootmeester. (Voorbeelden zijn: Floris III van Holland (1141 – 1190); Willem I van Holland (1167- 1222); Otto I de Grote, Graaf van Gelre (1182-1207); Rudolf van Seppenrode, Burggraaf van Groningen (gest. 1190); waarschijnlijk Ridder Hertog Jan I van Brabant (1254 – 1294); Willem, Heer van Horn en Althena (1240 – 1304); Dirk VI van Holland, Leenheer van Kennemerland en Rijnland (1114 – 1157); Gerard van Ruddervoorde, Grootmeester van de Orde der Tempeliers (1185 – 1189); Olivier van Paderborn; Gerhard II van Oudenaarde; Ingelbrecht III van Petegem (1030 – 1082); Ridder Hayo van Wolvega en deelname van vele andere Friezen in verschillende kruitochten; Graaf Willem II van Vlaanderen (1225- 1251); Daniel Danielsz van der Merwede, Heer ter Merwede (1180 – 1226); Boudewijn VI van Henegouwen (1171 – 1205); Boudewijn IX van Vlaanderen (1171 – 1205); de graven Robert of Robrecht I ‘de Fries’ (1013 – 1093), Robert II (1065 – 1111) en Robert III (1247 – 1322), alle drie van Vlaanderen/ Zeeland en Graaf Jan zonder Vrees (1371 – 1419).xi Recent onderzoek toont aan dat de Tempeliers in de Lage Landen, vooral in de Zuidelijke Nederlanden, ruimschoots zijn vertegenwoordigd. Ook in de Noordelijke Nederlanden zijn echter vestigingen bijvoorbeeld te Zaanslag, Middelburg, Zierikzee, Vere, Oostburg, Hulst, Aardenburg Alphen (NB), Oosterhout, Rixtel, Heesbeen, Kwaalburg, Boshoven, Oosterwijk en Chaamxiii en eveneens te Beek (L), Lage-Mierde, Rixtel, op Texel, Zaandam, Beverwijk, Haarlem, Maastricht en Zierikzee. In Noord-Nederland zouden 20 commanderijen zijn gevestigd.
Ook de voorvaders van het huis Oranje-Nassau hebben een prominente rol. Zo nemen de graven Robert of Ruprecht III van Nassau ‘De Strijdbare’ (gest. 1191) en Walram I van Nassau (1146 – 1198) deel aan de derde kruistocht. Raimbaut II van Oranje (gest. 1121) is zelfs aanvoerder tijdens de eerste kruistocht in 1096 naar Antiochië en Jeruzalem. Het is René van Châlon (1519 -1544), die door zijn afkomst de Huizen van Oranje en Nassau verbindt. Door zijn moeder is hij Prins van Oranje en van zijn vader erft hij de titel Graaf van Nassau.
Willem van Oranje, ook wel Guilhelm, Guilhem of Guillaume d’Orange (742-812), geldt als de stamvader van het huidige Huis van Oranje. Hij levert al veldslagen tegen de islamitische Sultan Hisham I, nog voor de eigenlijke kruistochten beginnen en wordt daarom tot tweemaal toe heilig verklaard. Zijn overwinning op de islamitische Moren in Orange bezingt het twaalfde eeuwse chanson de geste “LaPrise d’ Orange.” Willem zou de Hebreeuwse taal machtig zijn, de leeuw van Juda in zijn wapen voeren en de sabbat vieren. Historicus prof. Arthur Zuckerman publiceert in 1972 een boek over het prinsdom Orange getiteld “A Jewish Princedom in Feudal France”, waarin hij beredeneert dat Willem van Oranje van joodse oorsprong moet zijn geweest. Willem zou een zoon zijn van Makhir van Narbonne, een Babylonisch-Joods geleerde en leider van de Joodse gemeenschap die volgens de traditie – overgeleverd door de Spaans-Joodse astroloog en historicus Abraham ibn Daud in zijn ‘Sefer ha-Qabbalah’, een kroniek over de geschiedenis van het Joodse volk uit 1161 – rechtstreeks af zou stemmen van het de Bijbelse Koning David. Volgens professor Zuckerman zou Willem ingewijd zijn in de diepere kennis van de joods-mystieke kabbala. Omstreeks 792 zou hij in Gellone zelfs een academie voor spiritualiteit hebben opgericht alwaar de kabbala zou zijn onderwezen. Thans resteert op de plek een latere abdijkerk met klokkentoren van Le Cloître de Saint-Guilhem-le-Désert in het gelijknamige dorp bij Montpellier dat naar hem is vernoemd.
Ook Baigent, Lincoln en Leigh beweren in het controversiële “The Holy Blood and the Holy Grail” met stelligheid dat Willem een “jood was van koninklijke bloede”. In dit boek stellen de schrijvers eveneens dat er een genealogische lijn loopt van het Huis van David naar Willem van Oranje. Koningin Wilhelmina zet tijdens haar bewind Leidsche wetenschappers in die ‘met succes’ het verband tussen Koning David en de Oranjes zouden hebben aangetoond. Helaas liggen de resultaten, wat ervan waar mag zijn, in de Koninklijke archieven.
De Tempeliers die in het Rhônedal hun uitvalsbasis hebben, oefenen een grote invloed uit op het Prinsdom Orange. Kopstukken gelieerd aan de Orde der Tempeliers, zoals keizer Frederik ‘roodbaard’ Barbarossa in 1182, vereren het Huis van Oranje met een bezoek. Als aan het begin van de veertiende eeuw de Tempelridders in opspraak raken wegens sodomie en duivelverering, vinden zij in Orange een veilig heenkomen.
De voorgangers van René van Châlon, wiens neef Willem I van Oranje-Nassau de titel ‘Prince d’ Orange’ en het gelijknamige prinsdom erft dat vervolgens tot 1702 in de familie blijft, laten hun nakomelingen een historische erfenis na die nauw verweven is met de historie van de Tempeliers. Voortdurend duikt de naam Châlon op als familienaam in de binnenste cirkel van de Orde. Op 13 oktober 1307 arresteren de autoriteiten de machtige Tempeliers in het katholieke deel van Europa. Eén Tempelridder weet echter vele kostbaarheden van de orde in veiligheid te brengen, waaronder – aldus sommige historici – de geheimen van de heilige graal. Het is Tempelier Hugo van Châlon (ca. 1288 – 1322). Volgens de bronnen van onder meer René Zwaap in De Groene Amsterdammer van 19 februari 1997 is Hugo een echte d’Orange.xxii Indien inderdaad een Châlon uit het Huis van Oranje, is deze Hugo de zoon van Jean van Châlon (ca. 1258 – 1315).xxiii Een Tempelier genaamd Jean van Châlon biecht na zijn arrestatie:
“Op de avond voor de operatie – donderdag 12 oktober 1307 – zag ik drie karren met stro geladen die de Parijse Tempel verlieten net voor het vallen van de avond, alsook Gèrard de Villiers en Hugo de Châlon aan het hoofd van vijftig ruiters. Op de karren waren kisten verborgen die de gehele schat van Visiteur Géneral, Hugo de Pairaud bevatten. Ze namen de route naar de kust, alwaar zij naar het buitenland zouden worden gebracht in achttien schepen van de Orde.”
De verklaring van deze Jean van Châlon over de binnenste cirkel van de Orde vormt deel van een aantal documenten die na de verovering van Rome door Napoleon in 1809, vanuit het Vaticaan naar Parijs zijn teruggebracht.
Van Tempeliers naar vrijmetselarij, omarmd door ons ‘protestantse’ koningshuis
Nadat de paus de Orde heeft ontbonden zou deze vervolgens ondergronds zijn gegaan. In Portugal veranderen de Tempeliers simpelweg hun naam in “Ridders van Christus.” Op eilanden in de Middellandse Zee vestigen zij zich als “Ridders van Rhodos” en “Ridders van Malta” met als embleem het Maltezer kruis. De laatste orde bestaat nog steeds onder dezelfde naam (Soevereine en Militaire Orde van St. Jan van Jerusalem van Rhodes en van Malta) en traceert haar historie tot 1048.xxv Haar leden bestaan uitsluitend uit ‘s werelds machtigste en rijkste mensen, genieten diplomatieke immuniteit en zijn uiteindelijke gehoorzaamheid verschuldigd aan de paus als plaatsvervanger op aarde van de Christos, Zon/Zoon van God, ‘lichtbrenger’ (vgl. Lucifer) en eigenaar van de wereld. Vandaag de dag zien we abstracties van dat licht – de zon – als typerende Maltezer kruisen terug op insignes, kleding en als ceremoniële versieringen bij de top van de wereldelite als de paus en koningshuizen gelijk het Huis van Oranje (foto Prins Bernhard). Zonnevormen die we nu als Maltezer kruis aanduiden vinden we al in Mesopotamië (vgl. Brits Museum: halsversiering op stèle van Babylonisch- Assyrische koning Shamshi-Adad V, 824-811 v. Chr.). De onderscheidingen behorend bij de ridderorde van Oranje-Nassau, van wie de koningin grootmeester is, zijn gedecoreerd met een opvallend Maltezer Kruis, soms omkranst door zonnestralen.xxvi Net als ooit Wilhelmina en Prins Hendrik en prins Bernhard is koningin Beatrix lid van de Maltezer Orde. In 1960 is zij toegelaten als Dame Grootkruis van Eer en Devotie en als Koningin beëdigd en ingehuldigd op 30 april 1980.
Ook de nauw aan de vrijmetselaars verwante Orde van Rozenkruisers zou, met haar kruis herinnerend aan de kruisridders, een voortzetting zijn van de oude Tempelorde volgens de bij de Franse revolutie betrokken en zeer ingewijde Honoré-Gabriel de Riqueti, Graaf van Mirabeau in zijn “La Monarchie prussienne sous Frédéric le Grand” (1788). Zelf vrijmetselaar stelt hij: “De Rozenkruis-vrijmetselaars van de zeventiende eeuw zijn slechts de voortzetting van de Orde der Tempeliers.”
Veel Tempelridders vervolgen hun levens in Zwitserland, een bij de Tempeliers vanouds bekend kruispunt van handelsroutes en geldstromen, tegenwoordig een bancaire vrij- en witwashaven alwaar, gelijk bij de Tempelorde, strikte geheimhouding wordt betracht en het huidige thuisland voor de onschendbare BIS-bank, centrale bank der centrale banken, waarover later meer. Schrijvers als Alan Butler, co-auteur van “The Warriors and the Bankers”, wijzen op de overeenkomst tussen de vlag van de Tempeliers en Zwitserland. Butler stelt dat de Tempelridders aan de basis staan van het Zwitserland in haar huidige vorm als financiële vrijstaat.
De vloot van de Tempeliers brengt velen naar de laatste vluchthaven: Schotland, alwaar in 1446 metselaars de vroeg-gotische Rosslyn Chapel bouwen. De kerk is overladen met een symboliek die we kennen van zowel de orde van Tempeliers als vrijmetselaars, gecombineerd met christelijke en heidense iconografie. De bouwers, wiens gilde zou zijn geïnfiltreerd, worden beschouwd als voorlopers van de vrije metselaren van de ‘Scottish Rite’, de eerste vrijmetselaarsorganisatie die in de openbaarheid treedt, nadat de katholieke koning Charles II van Schotland en Engeland tijdens zijn verbanning in Nederland (1649-60) vrijmetselaar wordt gemaakt. Deze Charles geeft later toestemming voor het huwelijk van de dochter van zijn broer James II in 1677 met de vrijmetselaar Willem III van Oranje, brenger van de ‘Glorious Revolution’. De officiële reden voor dit huwelijk is religie: de eenheid binnen Engeland zou zo bewaard blijven en de protestantse Willem III zou het angstige volk beschermen tegen de oorlogszucht van de katholieke Lodewijk XIV van Frankrijk. Door dit strategische huwelijk wordt Willem III van Oranje in 1689, naast Stadhouder van Nederland, tevens Koning van Engeland, Schotland en Ierland.
Willem III is vrijmetselaar net als Charles II en vele ‘Oranjes’* die na hem komen, bijvoorbeeld: Prins Frederik ‘van Oranje’ welke vanaf 1816 zelfs het hoogste gezag geniet binnen de Orde, namelijk gelijk de bovengenoemde Albert Pike; Grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren (onder het Grootoosten der Nederlanden)xxxiii, Prins Willem Alexander van ‘Oranje’-Nassau (1851-1884), eveneens Grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren (1882-1884)xxxiv, Koning Willem I (1772-1843), Koning Willem II (1792-1849) en Stadhouder Willem IV(1711-1751).
Over de rol in dit geheime genootschap van de huidige ‘Oranjes’ laten de autoriteiten niets los. Een tipje van de sluier wordt opgelicht bij de begrafenis van Prins Claus op 12 oktober 2002, toevalligerwijs de legendarische dag waarop de Tempeliers in 1307 worden gearresteerd. In de Nieuwe Kerk te Delft, waar de plechtigheden plaatsvinden, valt één advertentie bijzonder op. Het is een rouwschrift van de Orde der Tempeliers, de Soevereine Militaire Orde van de Tempel van Jeruzalem, gedecoreerd met een Tempelierskruis en een lijfspreuk van de Tempelorde ‘Non Nobis Domine, Non Nobis; Sed Nomini Tuo da Gloriam.’ Klaas van Urk die op bladzijde 461 van zijn boek “Zoektocht naar de Heilige Graal & de Ark van het Verbond” een foto van de advertentie heeft afgedrukt, attendeert de lezer op de website van de orde waarvan de lijst van grootmeesters teruggaat tot aan Hugo de Payens, de eerste grootmeester der Tempeliers.
Onder Willem III (1650 – 1702) komt de vrijmetselarij mondiaal meer in de openbaarheid. Vrij spoedig na zijn overlijden verenigen de vier loges te Londen zich op 24 juni 1717, de Johannesdag – St. Johannes werd vereerd door Tempelorde waarvan de nu nog bestaande Johannieterorde deel uitmaakte – tot de Londense Grand Lodge, de eerste overkoepelende grootloge en thans de belangrijkste ter wereld. Ter nagedachtenis aan Willem van Oranje en zijn ‘Glorieuze’ Revolutie die in Noord Ierland resulteert in eeuwen van terreur en boedvergieten, richt vrijmetselaar Thomas Wilson de maçonnieke en tegelijk protestantse Orange Order op, een geheim genootschap dat tegenwoordig vestigingen heeft in het gehele Britse Gemenebest. Deze orde is heeft vrij nauwe banden met de ‘Order of Malta.’
Veel minder bekend is dat Willem III (1650 – 1702) een cruciale rol heeft in de evolutie naar het huidige wurgsysteem van een centrale, oppermachtige Wereldbank, een elite die het allerecht heeft om geld te drukken en de verdere ontwikkeling van de allesvernietigende winstbelustheid van de corporaties uit de VOC-erfenis. Hoe dit is gegaan zien wij later.
Tegenwoordig wordt de naam ‘Kights Templar’ nog gebruikt door een wereldwijde vrijmetselaar organsatie die zichzelf presenteert als filantropische ridderorde. Ook hier worden de curieuze banden met Israël en Salomo’s tempel duidelijk in hun veelzeggende alternatieve titel: ‘De verenigde religieuze, militaire en maçonnieke ordes van de Tempel [van Salomo] en van St. Johannes van Jeruzalem [St Johannes werd vereerd door de tempeliers], Palestina, Rhodos en Malta’ (The United Religious, Military and Masonic Orders of the Temple and of St John of Jerusalem, Palestine, Rhodes and Malta).
Volgens de organisatie zelf zou er geen enkele relatie zijn…
Met dank aan: Fr. Zegers


Reacties
Look advanced to more added agreeable from you! By the way, how could we communicate?
RSS lijst met reacties op dit artikel