Alle spirituele leraren van de mensheid hebben ons hetzelfde verteld: het doel van het leven op aarde is één te worden met onze fundamentele, verlichte natuur. Er is een pad van wijsheid en een pad van onwetendheid. Zij liggen ver uit elkaar en gaan in verschillende richtingen. Onwetend en in de waan dat zij wijs en geleerd zijn, dolen de dwazen doelloos rond als blinden die door blinden worden geleid. Wat voorbij het leven ligt, heeft geen glans voor hen die door rijkdom verblind zijn.
Sogyal Rinpoche
De mensheid is de eenentwintigste eeuw binnengestapt en heeft een drukke en luidruchtige wereld met zich meegenomen. Honderden interesses fragmenteren ons bestaan en een overmaat aan advertenties en koopwaar trachten ons te verleiden. Vooruitgang en welvaart lijken alles te kunnen bieden om ons leven van A tot Z te kunnen invullen. Velen van ons genieten van de welvaart en kunnen zich redelijk wat veroorloven; anderen daarentegen kunnen met veel moeite hun kostje bijeenscharrelen en leven in armoe en in miserabele omstandigheden. Maar allemaal zijn we voortdurend bezig om ons lot te verbeteren. Waarom voelen we ons niet gelukkig en tevreden?
Missen we soms misschien nog iets? We beginnen ons meer en meer te realiseren dat we tijd en vooral sereniteit missen. Uitgeput en gestrest komen we terug van onze vakanties en een groeiend gevoel van teleurstelling bekruipt ons langzamerhand opnieuw. Begrippen als tijd, sereniteit en tevredenheid lijken vrijwel volledig verdwenen te zijn in deze rusteloze wereld van macht en geld. We kunnen ze alleen dan terugvinden door ons terug te trekken uit het geluid en de drukte in de wereld en zelfs dan alleen voor een vluchtig moment. Alleen dan kunnen we beginnen na te denken en te peinzen over de reden van ons bestaan. Alleen dan bespeuren we wellicht iets van de grenzen die ons bestaan scheiden van andere dimensies. Alleen dan hopen we wellicht te kunnen ontsnappen aan een wereld die ons slechts zulke povere geneugten brengt.
Vooruitgang en welvaart kunnen de leegte die we diep in ons voelen niet verhullen; op zijn best kunnen ze die leegte tijdelijk maskeren. Telkens opnieuw duikt dit gevoel op en we zijn niet in staat er iets mee te doen. Op een gegeven moment gaan we experimenteren. We gaan ons verbeelden dat we gelukkig zouden zijn, als we maar bij machte waren een deel van het mysterie van het leven te kunnen ontrafelen. En zolang het resultaat uitblijft, gaan we door met experimenteren.
Het is het uiteindelijke besef, dat we klaarblijkelijk niet in staat zijn om deze innerlijk leegte te vullen, dat ons voortdrijft om ons ware doel te vinden. De bedoeling van het leven is meer dan het leven zelf. Wat is dat ‘meer’? Is het misschien iets dat zich verder uitstrekt dan de zorg voor ons dagelijks welzijn? Het heeft misschien minder te maken met het streven naar meer in deze wereld, maar meer met de mogelijkheden van onze innerlijke ontwikkeling.