De cyclus van de mens

Afdrukken

HiernamaalsDe verschijnselen van al het leven op deze wereld dragen het stempel van de tijd. Alle levensvormen hebben een begin, groeien naar een bepaalde piek in hun ontwikkeling om tenslotte tot hun onvermijdelijke en rechtmatig eind te komen. Het rad van geboorte en dood draait onophoudelijk.

De vraag rijst dan: WAAROM LEVEN WE? Heeft het leven werkelijk een diepere betekenis? Zelfs bij onze geboorte dragen we al het zaad van bederf en dood, dus wat is het doel van het leven? Welke taak ligt er om te worden vervuld? Kun je het doel van het leven terugvinden in filantropie en humanisme of ligt het verweven in de gedragswetenschappen of in idealisme of in een andere wetenschap? Of is het doel van het leven het vergaren van bezit of het bereiken van een goede en respectvolle positie in de maatschappij of ervoor te zorgen dat het menselijke ras in stand blijft door het verwekken en op de wereld brengen van kinderen?

 

Dit alles kan vanzelfsprekend niet de werkelijke betekenis van het leven zijn, want al deze verworvenheden zijn stuk voor stuk vergankelijk; er is niets dat daarbinnen verhaalt van Eeuwigheid, van dat Oneindige, van het Goddelijke. En toch hebben al die filosofen en oude wijzen gezegd: “Als er een tijdelijk bestaan is, dan moet Eeuwigheid ook bestaan”.

Babay in baarmoederDe medische wetenschap weet dat zelfs in de baarmoeder bij de baby al de eerste tekenen van slijtage en veroudering zichtbaar worden. Dit zou tot de logische conclusie kunnen leiden dat het leven, zoals wij dit kennen niet het kenmerk van Eeuwigheid in zich draagt.

De één leeft lang terwijl de ander een kort leven kent. De één kent een leven van luxe en vele anderen er één van armoede. De één verheugt zich in gezondheid en is vitaal terwijl vele anderen worden geplaagd door ziektes en zwak zijn.

Ondertussen tracht Iedereen zijn leven zo in te richten dat er een zekere mate van geluk en tevredenheid kan worden gewaarborgd. Maar nader onderzoek maakt ons telkens weer duidelijk dat al die dingen die we hebben opgebouwd en waarmee we ons hebben omringd en ons mee hebben beziggehouden altijd hun kracht zullen gaan verliezen en uiteindelijk zullen vergaan of worden afgedankt. Niets is blijvend en niemand kan zich vrijwaren van zorgen, ziektes, ellende, aftakeling en uiteindelijk de dood.

Twee Universa

Zoals hiervoor beschreven is ons leven en alles om ons heen van tijdelijke aard. Wat is dan de betekenis van de dood? Talloze bijna dood ervaringen verhalen van een leven na de dood en geven beschrijvingen van dat leven alsof het de hemel zou zijn. De wereld waarin wij na onze dood terecht komen wordt vaak de spiegelsfeer of reflectiesfeer genoemd, maar als alles om ons heen vergankelijk is, dan moet ook alles in de spiegelsfeer vergankelijk zijn. Ook daar leven we in een tijdelijke sfeer die geen eeuwige vrijheid biedt. Het is in feite niets meer dan de voor ons onzichtbare tegenhanger van onze fysieke, zichtbare wereld, waarbij de zichtbare en de onzichtbare sferen samen één geheel vormen.

Naast deze wereld van illusies bestaande uit twee aspecten, de zichtbare fysieke wereld waarin wij leven en de voor ons onzichtbare waar wij na onze dood komen, moet er nog een andere wereld zijn. Die andere wereld is de werkelijke Wereld, de oorspronkelijke Wereld van de Goddelijke Schepping, de Wereld “die niet van deze wereld is”, zoals Jezus het uitdrukte. Hier kunnen we het “Koninkrijk Gods”, het “Koninkrijk der Hemelen” vinden.

Er bestaan dus twee werelden, twee Universa: het goddelijke Universum en het niet goddelijke universum. De eerste is er één van absoluutheid en goddelijkheid en wordt soms ook wel genoemd het onvergankelijke Koninkrijk, dat wil zeggen vredig, rustig, stil en onvergankelijk. De andere is de gevallen wereld, de wereld van illusie, altijd en eeuwig in verandering, rusteloos, turbulent en vergankelijk. Het is de wereld van het dualisme. Daarom heet deze ook wel de veranderlijke of dualistische wereld. Niets blijft; alles kent zijn einde en verkeert in een voortdurende staat van een in tweeën gesplitste beweging, eindeloos heen en weer zwaaiend tussen ontelbare tegenstellingen, tussen goed en kwaad, liefde en haat en oneindig andere tegenstellingen. Zowel het goddelijke Universum als het ongoddelijke, dualistische universum bestaan op hetzelfde moment in één en dezelfde ruimte, maar vibrerend op verschillende frequenties.

We gaan hier nu niet verder in op de waarneming van de goddelijke wereld. Het volstaat hier door te wijzen naar het bestaan van deze goddelijke wereld. Hoe deze waar te nemen en er te komen wordt later besproken.

De verschillende voertuigen van de mens waarvan alleen zijn fysieke voertuig of vaste lichaam het zichtbare gedeelte is, zijn samengesteld uit dezelfde ongoddelijke materie als ook de Aarde met zijn verschillende sferen. Om die reden zijn onze zintuigen beperkt tot het waarnemen van verschijnselen binnen deze wereld, en omdat we de zon, de maan, planeten en sterren kunnen zien, volgt daar logischerwijze uit dat deze ook behoren tot de dualiteit. Het geheel wat wij kunnen waarnemen, dat ontstellend grote universum, behoort tot het gevallen, het vergankelijke dualistische universum en de Aarde vormt daar maar een heel klein onderdeel van.

Samenvattend kunnen we dus zeggen dat de wereld waarin wij leven, onze dualistische wereld, bestaat uit twee bestanddelen: het zichtbare deel, onze fysieke Aarde waarop wij leven, en het onzichtbare deel - het hiernamaals - ook wel genoemd de reflectie sfeer, de onstoffelijke spiegelsfeer van de materiele wereld. De mens leeft beurtelings in één van deze twee gebieden, hetzij aan deze zijde, het fysieke of stoffelijke gebied, of aan gindse zijde, het niet fysieke onstoffelijke gebied van de sluier. Hij is gebonden aan het rad van geboorte en wedergeboorte.

Goed, maar waarom leven we in dualiteit en maken we geen deel uit van het goddelijke Universum?

Onze aanwezigheid in deze grove wereld is een gevolg van het feit dat we de universele wetten van het werkelijke Leven hebben overtreden. Heel lang geleden leefde de mens in het onvergankelijke, goddelijke Universum. Zijn stap terug vanuit de goddelijke Sfeer naar de dualistische wereld wordt beschreven in de Heilige Woorden als “De Val”. Vóór de Val verkeerde de mens – die op dat moment nog steeds de goddelijke Mens was – in het licht van het absolute Zijn. Hij “bewoog zich in het licht”, zoals de Heilige Woorden dit uitdrukken. Dit betekende dat hij het leven binnen het goddelijke Universum kende en daar ook één mee was, genietend van het Leven en Licht binnen het Koninkrijk Gods. En vandaag de dag is dit het enige ware doel voor de gevallen mensheid – de enige reden van zijn incarnatie op Aarde – om naar dat Koninkrijk terug te keren.

De dood, zoals wij het kennen binnen deze wereld, brengt hem niet naar de eeuwigheid van het Koninkrijk der Hemelen, zelfs als hij naar Aardse normen, een goed en eerbaar mens zou zijn geweest. Het hiernamaals is slechts het andere deel van dualiteit, het deel dat slechts achter een sluier verborgen ligt. Wanneer iemand sterft en op weg gaat naar de reflectiesfeer laat hij zijn stoffelijk lichaam achter. Hij is dan nog steeds gedeeltelijk ‘stoffelijk’, want hij bestaat uit ‘gevallen’ materie, hoewel deze materie wat subtieler is dan dat op het fysieke vlak. Maar hoeveel hij echter ook van die lichtere, minder dichte onstoffelijkheid met zich mee neemt, hij is nog steeds honderd procent ondergedompeld in dualiteit.

Welnu, omdat hij een stoffelijk lichaam ontbeert kan de mens, terwijl hij ronddwaalt in de reflectiesfeer, nooit het complete proces van transfiguratie, de herschepping van al zijn voertuigen afronden, aangezien dit proces de omzetting vereist van al zijn voertuigen inclusief zijn lagere fysieke lichaam. Dit wordt vereist volgens de Wet van Karma. Om weer over een complete set voertuigen te kunnen beschikken, moet de mens om die reden eerst terug naar het zichtbare gedeelte van dualiteit, dat wil zeggen naar de Aarde.

Wij zijn hier op de Aarde om de kans te krijgen om terug te keren naar de goddelijke sferen. Dit kan uitsluitend als de mens over al zijn voertuigen beschikt. In de spiegelsfeer mist de mens zijn fysieke lichaam en om die reden alleen al zal er vroeg of laat een nieuwe kringloop nodig zijn. Zolang de mens niet heeft geleerd hoe hij terugkeert in de goddelijke sferen, zal hij steeds opnieuw terugkeren vanuit de spiegelsfeer en voor de zoveelste keer een nieuwe kringloop beginnen.

De mens

Er is slechts één manifestatie van de mens, maar deze manifestatie kent twee aspecten. De eerste is die van de oorspronkelijke goddelijke Mens die trouw bleef aan de goddelijke wetten van het leven en die nog steeds verblijft in de sferen van het onveranderlijke of goddelijke universum. De tweede is de karikatuur van de goddelijke Mens: zijn schaduw, de dualistische of de gevallen mens.

Wij, als dualistische man of vrouw stammen af van de oorspronkelijke Mens. Een gedeelte van de oorspronkelijke levensgolf van de mensheid koos er op een gegeven moment voor om koppig en eigenwijs te zijn. Als gevolg hiervan, uitgesmeerd over een periode van duizenden en duizenden jaren, viel de mens vanuit de Genade en leeft nu in een gezonken toestand afgesneden van zijn oorspronkelijke staat, verdoemt door de “vloek van het paradijs”. Om die reden ziet de mens zich daarom bij elke geboorte weer terug in dualiteit, in de wereld van illusies en lijden.

We kunnen de mens beschouwen als een microkosmos, vergeleken met het Universum dat een macrokosmos wordt genoemd. In overeenstemming met het Hermetische gezegde: “zo boven, zo beneden”, is de mens een kleine kosmos en het universum een grote. Er zijn tussen deze twee veel punten van overeenkomst. Net als het universum is de mens een levenssfeer, voorzien van een ‘firmament’, bezaaid met lichtgevende punten.

MicrocosmosDe mens als microkosmos is een universum, omgeven door een aura veld, de lipika genaamd. De begrenzing hiervan wordt gevormd door het uitspansel van de microkosmos ofwel de plaats waar al die lichtgevende punten, sterren of lichten van de microkosmos zich bevinden. De lipika omvat het totaal aan krachten en karmische eigenschappen, die het resultaat zijn van vorige incarnaties. De lipikalichten op het uitspansel van de microkosmos zijn magnetische brandpunten die door hun natuur en karakter de (zielen)kwaliteit van de menselijke microkosmos bepalen. Dat wil zeggen zij definiëren de aard van de krachten, materie en energie die worden aangetrokken vanuit de ethers buiten de lipika en die zich verzamelen in de microkosmos en zo ook in de persoonlijkheid. Zoals de lichten en brandpunten van de lipika zijn, zo is de persoonlijkheid van de mens.

Bij de meeste mensen zijn de lipikalichten ofwel de magnetische punten slechts afgestemd op het dualistische bestaansveld, het gevallen, ongoddelijke universum, waar alles eeuwig en altijd afsterft.

Dit gebied binnen het auraomhulsel wordt beheerst door magnetische krachtlijnen, die heel snel vanaf de lipikalichten naar het tijdelijke, fysieke lichaam schieten, dat lichaam dat jij of ik hebben. De vier lichamen – het fysieke, het etherische, het astrale en het mentale lichaam - die samen de persoonlijkheid of lagere zelf vormen, zijn betrekkelijk klein vergeleken met de microkosmos sfeer als geheel.

Diegenen die meer occult onderlegd zijn, hebben tegenwoordig een heel goed inzicht over ons materiele lichaam dat niet alleen uit een fysiek voertuig bestaat, wat wij kunnen zien en voelen, maar ook uit meer subtiele lichamen. Net zoals er verschillende natuurkundige stadia van een fysiek object – gasvormig, vloeibaar en vast – bestaan er ook verschillende gradaties van subtiele materie die samen met het fysieke lichaam in elkaar overvloeien. Zo wordt ons zichtbare, fysieke lichaam geheel omgeven en doordrongen door het etherische of vitale lichaam die de levensprocessen in het fysieke lichaam leidt en controleert. Het etherisch lichaam bestaat uit een ijle stof, onzichtbaar voor het niet-helderziende oog en is afkomstig uit het levensveld van de lagere macrokosmos, de Aarde. Het etherische lichaam kunnen we beschouwen als het tweede bewustzijnsvoertuig van de mens en is wat subtieler dan het fysieke lichaam.

Even buiten dit lichaam, strekt zich een nog ijlere emotionele (verlangens) of astraal lichaam uit. Dit omgeeft het etherisch lichaam volledig en dringt daar ook in door. In het astrale lichaam manifesteren zich onze verlangens, emoties en gevoelens van aantrekken en afstoten en deze worden naar buiten toe uitgestraald.

Op zijn beurt weer ligt om het astrale lichaam heen het zelfs nog ijlere mentale lichaam. Zowel het astrale als het mentale lichaam vloeien in elkaar over en dringen ook door de twee lagere bewustzijnsvoertuigen heen. Het mentale lichaam is voornamelijk geconcentreerd rond ons hoofd en is het centrum bij het aantrekken en het uitstralen van alle energieën en krachten die te maken hebben met ons denkproces. Bij de grote meerderheid van menselijke wezens op Aarde is vandaag de dag dat lichaam nog niet echt volwassen, zodat we bij de meeste mensen nog nauwelijks kunnen spreken van een ‘lichaam’ als zodanig.

In het centrum van verreweg de meeste microkosmossen bevindt zich een gevoelige plek - de goddelijke vonk of oeratoom.

De goddelijke vonk is het enig overgebleven zuivere bestanddeel in de gevallen en gekristalliseerde mens. Het bevindt zich in het mathematische centrum van de microkosmos en daaromheen zijn de verschillende voertuigen van de mens gegroepeerd. De ligging van het fysieke lichaam in het centrum van de microkosmos is zodanig dat de goddelijke vonk zich precies bevindt in het fysieke hart, of juister gezegd, boven in de rechterhartkamer.

Het hele menselijke stelsel van voertuigen is vervaardigd uit de dualistische substanties van de macrokosmos, het gevallen universum. Het dringt daar volledig door heen en maakt daar ook deel van uit. We onttrekken onze levensbehoefte uit deze dualistische macro kosmische substanties, we voeden onszelf door te eten, te drinken en adem te halen. Maar er is nog een andere manier van voeding, waarbij geestrijk voedsel op energetische wijze wordt onttrokken uit de ijlere dualistische substanties, ethers genaamd. Deze natuurlijke en (voor de meeste onder ons) onbewuste vorm van voeding is uiterst belangrijk, maar bleef tot dusver onbekend voor de officiële dualistische wetenschap.

Alle persoonlijke handelingen hebben daarom hun oorsprong in iemands auraomhulsel of lipika. Zijn algehele bestaan wordt erdoor bepaald, gevoed, geactiveerd en onderhouden. Zijn aurawezen is de oorzaak van alle impulsen voor zijn acties. Bijna alles wat de dualistische mens intuïtie, hogere leiding of inspiratie noemt, stamt af van de impulsen van de lipika of hogere zelf en niet van de goddelijke impulsen.

Reïncarnatie

Hier komen we op het punt van reïncarnatie. Het is essentieel om daar geen verkeerde ideeën over te hebben. Wanneer de mens overlijdt, laat hij het fysieke lichaam achter. Hij komt in de spiegelsfeer aan met zijn meer subtiele lichamen – het etherische, het astrale en het mentale lichaam. Maar zoals hiervoor gesteld is de spiegelsfeer niet de goddelijke Hemel. Het is gewoon de andere kant van het dualistische bestaan. De mens mist hier zijn fysieke lichaam, maar verder bezit hij op dit moment zijn andere lichamen nog wel. Doordat ook de spiegelsfeer deel uitmaakt van de dualistische wereld kan het niet anders dan dat de periode die de mens hier doorbrengt ook tijdelijk is.

Na een zekere tijd zullen de etherische, astrale en mentale voertuigen vervagen en na verloop van tijd sterven. Wat blijft er dan over? De schil, het aurawezen (lipika), de compleet leeg overgebleven microkosmos, dat wil zeggen leeg op zijn herinnering na, zijn karma.

Welnu, wat gebeurt er op het moment van een nieuwe incarnatie? Niet meneer A of mevrouw B komt terug, want er is geen reïncarnatie van het lagere zelf, geen reïncarnatie van de persoonlijkheid die daarvóór heeft geleefd. Wijzelf komen dus niet terug als fysiek mens. Wanneer het lichaam sterft, blijft de rest van de persoonlijkheid (zijn andere lichamen: het etherische, astrale en mentale) enige tijd in de reflectiesfeer van het Aardse vlak achter en lossen later geheel en al op. Wat overblijft is een bolvormige schil, een lege microkosmos. Wanneer het manifestatieveld binnen deze sfeer leeg gemaakt is van de laatste overblijfselen van de persoonlijkheidsvoertuigen, zal de microkosmos een andere persoonlijkheid, die nog geboren moet worden, moeten gaan adopteren.

We zien dat een lege microkosmos in de reflectiesfeer incompleet en ook beschadigd is (want het is nog steeds een gevallen systeem). Het bezit niet langer meer de fysieke, etherische, astrale of mentale voertuigen. De persoonlijkheid is dan wel verdwenen, maar resten onopgeloste karma zijn nog steeds aanwezig. Dit op zich is al voldoende om de terugkomst te verklaren naar de Aardse sferen. De microkosmos moet zijn beschadigde voertuigstelsel herstellen. Het moet opnieuw kunnen beschikken over persoonlijke voertuigen om zijn karma uit te werken en in balans te kunnen brengen op hetzelfde niveau en vlak van dichtheid waar dat karma is opgedaan.

‘Maar’, vragen we ons zelf af, ‘kan de microkosmos, het hogere zelf, niet gewoon tevreden en gelukkig op zichzelf blijven leven in de reflectiesfeer, in het “Zomerland” zoals het ook wordt genoemd door vele verschillende mediums en spiritisten’? Inderdaad, dit is heel goed mogelijk, maar vergeet niet dat de reflectiesfeer ook behoort tot de gevallen wereld, en we weten dat het karakter hiervan degeneratie en dood is. Zo was dan wel toegestaan dat voor het hele dualistische universum (de fysieke en de reflectiesfeer tezamen) de Wet van Vrije Wil gold, maar tegelijkertijd werd dit universum bij goddelijk decreet noodzakelijkerwijze onder quarantaine gezet. Sindsdien heeft de goddelijke genade van de Kosmische Christushiërarchie zich liefdevol bekommerd om het gevallen universum, zodat eigenwijze levens konden worden beschermd tegen te diep wegzinken en te sterke uitkristallisatie, m.a.w. bescherming tegen complete ondergang en vernietiging. Daarom werd het dualistische koninkrijk samengesteld als een separate sfeer die de mogelijkheid open hield om naar het “Huis van de Vader” terug te kunnen keren. De gevallen mensheid zou dan op die wijze weer in staat gesteld kunnen worden om tot een volledige reconstructie te komen van het menselijke voertuigstelsel in zijn oorspronkelijke goddelijke staat. En dit nu is het onmiddellijke doel voor de dualistische mens vandaag de dag, zoals het altijd al geweest is sinds de Val.

Deze reconstructie kan alleen worden bereikt via het proces van transfiguratie. Hieruit volgt dat de transfiguratie moet beginnen in de fysieke of Aardse sfeer, want alleen in de fysieke wereld beschikt de dualistische microkosmos over een complete set voertuigen, hoe gevallen en gedegenereerd dit ook moge zijn.

Laten we even aannemen dat het moment naderbij komt dat een lege microkosmos reïncarneert. Het daalt af vanuit de reflectiesfeer naar de Aardse regionen van de macrokosmos, een “leeg huis” op zoek naar een nieuwe bewoner. Dit gebeurt volgens bepaalde spelregels, in een bepaalde omgeving, bij een specifiek stel ouders. Een nieuwe baby die in moeders schoot opgroeit, is het doel en wordt dus de nieuwe bewoner van het lege huis, de lege microkosmos.

Dus wie of wat is het nu eigenlijk, dat in de gevallen wereld incarneert? Niets meer dan het karma van de microkosmos! En wie of wat is de drijvende kracht achter deze reïncarnatie? Dat is Christus – de laagst vibrerende ‘afscheiding’ van de Ene Geest – God of Goddelijkheid. Het is apart gezet om al die levens, die in de gevallen wereld worstelen, te helpen verlossen. Deze eeuwenlange liefdevolle dienstbaarheid aangereikt door de Christushiërarchie wordt het Goddelijke Plan voor Verlossing genoemd.

Aangezien iedere goddelijke vonk is opgebouwd uit dezelfde oorspronkelijke substantie als die van het Goddelijke Koninkrijk is er slechts Eén Wezen dat overal aanwezig is in alle veelsoortige levens die in dualiteit voorkomen. Dit is de essentiële Waarheid die alle verlichte Leraren onder de aandacht hebben gebracht van de gevallen mensheid. Echter, zo lang de vrije wil wordt gebruikt om te denken, te verlangen en te handelen in termen van ‘ik’, ‘mij’, ‘mijn’ en ‘jij’ en ‘jouw’, zal deze wereld van illusie en afscheiding, samen met alle daarmee verwant zijnde ellende en strijd eeuwig voort blijven duren.

Laten we terugkeren naar de vraag: Wie is de mens? Wie is de dualistische mens?

De dualistische mens is de zoveelste van een serie persoonlijkheden die achtereenvolgens in de microkosmos huist. Zijn hele wezen is een weerspiegeling van de microkosmos dat hem omhult. Hij kan daar voordeel van hebben of hij kan in zijn microkosmos lijden onder de resultaten van zijn voorgangers. En in zijn huidige bestaan bereidt hij de gunstige óf ongunstige condities voor waaronder zijn opvolger zal leven. Op deze manier verandert de microkosmos voortdurend.

Onze huidige microkosmos draagt de kenmerken van alle persoonlijkheden die vóór ons daarin hebben geleefd. En dan overlijden we tenslotte en onze microkosmos, met de resultaten van al onze inspanningen, begint aan een tocht door de reflectiesfeer tot het tijd wordt voor een nieuwe incarnatie. Onze opvolger, de zoveelste persoonlijkheid neemt dan zijn plaats in als een nieuwe bewoner binnen de microkosmos.

Hoe lang gaat dit door? Wel, duizenden en duizenden jaren lang zonder enige onderbreking blijft de microkosmos gebonden aan het karmische wiel van geboorte en wedergeboorte, gebonden aan het dualistische universum totdat wij, uiteindelijk beginnen te reageren op de impulsen van het oorspronkelijke goddelijke Koninkrijk, en wij alle impulsen van het dualistische magnetische veld gaan negeren. Met andere woorden, tot het moment dat wij het proces in werking stellen van ontkenning en neutralisatie, oftewel het moment dat de fundamentele ommekeer plaats gaat vinden en wij hiermee het Ware Pad van Transfiguratie opgaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Plaats reactie



Vernieuwen

Friday the 8th. Affiliate Marketing. In Liefde en Verbondenheid