Polls

Oorlog in het Midden Oosten
 
Home arrow Gezondheid arrow Mythen en sagen rond inenting
Mythen en sagen rond inenting
maandag 22 mei 2006

Dit artikel is verschenen in "de Brug", het antroposofische tijdschrift voor België

Onderstaand arikel is van Alan Philips, directeur van "Citizens for Healthcare Freedom" (Durham, North Carolina). Het verscheen in april 1996 in 'Wildfire Magazine'. De auteur verwijst natuurlijk naar Amerikaanse instituten.

De voornaamste zijn: - FDA, Food and Drug Administration, een dienst die beslist of een product, bestemd voor menselijk gebruik, op de markt mag komen. - CDC, Centers for Disease Control and Prevention, een soort centra van het Ministerie van Volksgezondheid. Voor wie niet vertrouwd is met de materie:

DKT staat voor difterie, kinkhoest, tetanus. Deze drie inentingen worden meestal samen gegeven, evenals MBR, mazelen, bof, rode hond. In ´t Engels is dat resp. DPT en MMR.

Sabin en Salk zijn twee verschillende poliovaccins, genoemd naar de uitvinders.

Inleiding
Toen mijn zoon aan zijn eerste reeks inentingen begon, hij was twee maand oud, wist ik niet dat daar risico's aan verbonden waren. Maar in de informatie die het hospitaal verstrekte vond ik een tegenstrijdigheid: de kans dat het kind verkeerd reageert op het DKT-vaccin (difterie, kinkhoest, tetanus) was 1 op 1750, terwijl de kans om te sterven door kinkhoest slechts 1 op miljoenen was. Toen ik een dokter daar op wees, werd die boos, hij sprak dat tegen en stoof de kamer uit, mompelend: "Dat moet ik toch eens nagaan ..."

Kort daarna hoorde ik dat er een kind voor altijd gehandicapt was ten gevolge van een inenting, en ik besloot om de zaak zelf eens na te gaan. Mijn bevindingen waren zo alarmerend dat ik mij verplicht voelde om ze openbaar te maken. Daarom dus: dit rapport.

De medische wereld wijt de vermindering van ziektes aan inentingen en verzekert ons dat ze veilig en effectief zijn. Toch worden deze beweringen, die ondertussen als het ware dogma's geworden zijn, openlijk tegengesproken door overheidsstatistieken, medische studies, rapporten van de FDA en CDC, en door gereputeerde onderzoekers van overal ter wereld. Het is zo dat infectieziektes aan 't verdwijnen waren tientallen jaren vóór er inentingen waren. Dokters in de V.S. signaleren duizenden ernstige tegenreacties per jaar, waarbij honderden doden vallen en levenslange handicaps; er doen zich epidemieën voor bij volledig ingeënte bevolkingsgroepen; onderzoekers schrijven ettelijke chronische immunologische en neurologische afwijkingen toe aan de massale inentingscampagnes.

Honderden medische studies zijn er al gepubliceerd over het falen van inentingen en over negatieve reacties, tientallen boeken geschreven door dokters, onderzoekers en onafhankelijke researchers leggen serieuze leemtes bloot in de theorie en de praktijk van inentingen. Maar, ironisch genoeg zijn de meeste kinderartsen en ouders niet op de hoogte van deze bevindingen. Nochtans begint dit de laatste jaren te veranderen; een groeiend aantal ouders en zorgverstrekkers beginnen de problemen onder ogen te zien en durven de alomtegenwoordige, verplichte inentingen in vraag stellen.

Ik ben er niet op uit om de mensen te vertellen of ze al dan niet moeten inenten, maar ik wil wel zeer dringend de aandacht vestigen op enkele goede redenen waarom iedereen de feiten zou moeten kennen vooraleer hij besluit tot inenting. Als kersverse vader was ik geschokt toen ik ontdekte dat kinderartsen noch door de wet, noch door deontologie verplicht worden om volledig geïnformeerd te zijn, en toen ik zag hoe de overgrote meerderheid van de dokters ingrijpen op basis van incomplete -en in sommige gevallen totaal verkeerde- informatie.

Hoewel dit rapport maar een summiere inleiding is, bevat het toch genoeg bewijzen om verder onderzoek te stimuleren door om 't even wie zich betrokken voelt. Je zult zien dat dit de enige manier is om een objectief zicht op de zaak te krijgen, vermits deze discussie zeer emotioneel verloopt.

Een kleine waarschuwing: wees voorzichtig wanneer je over dit onderwerp gaat discuteren met een kinderarts. De meesten hebben al zo lang de zgz. veiligheid en effectiviteit van inentingen verdedigd dat hun identiteit en reputatie ermee versmolten zijn. Ze hebben het zeer moeilijk om bewijzen van het tegendeel te aanvaarden. De eerste arts aan wie ik mijn bevindingen probeerde mee te delen, begon kwaad te schreeuwen toen ik kalm over dit onderwerp begon. De verkeerde ideeën zijn zeer diep geworteld.

Mythe nummer een : "Vaccins zijn ongevaarlijk."

Bij het FDA is er een dienst waar alle negatieve reacties op inentingen moeten gemeld worden. Per jaar komen er zo'n 11.000 rapporten binnen van serieuze negatieve reacties, ongeveer 1 % met dodelijke afloop (meer dan 112). Het grootste deel van deze rapporten worden door dokters opgemaakt en het grootste aantal doden wordt toegeschreven aan de kinkhoestinenting . Alleen dit cijfer al is alarmerend, en toch is het maar het topje van de ijsberg. Het FDA schat dat slechts 10 % van negatieve reacties gemeld worden, hetgeen bevestigd wordt door twee studies van het National Vaccine Information Center (NVIC). Het is zelfs zo dat volgens het NVIC in New York slechts één dokter op 40 bevestigde dat hij een overlijden of een complicatie na inenting rapporteerde. We gaan even niet in op de integriteit van de medici (dokters zijn wettelijk verplicht om ernstige bijwerkingen te melden), maar deze bevindingen zouden er kunnen op wijzen dat er per jaar wel meer dan 1000 sterfgevallen aan inenting te wijten zijn.

Bij kinkhoest is het zo dat er veruit meer kinderen sterven door de inenting dan door de ziekte. Volgens het CDC stierven er de laatste jaren ongeveer 10 kinderen jaarlijks, slechts 8 in 1993, het laatste piekjaar (kinkhoest treedt op in een cyclus van 3-4 jaar). Simpel gezegd: de inenting is 100 keer dodelijker dan de ziekte. Neem de vele gevallen waar de ziekte optrad bij nagenoeg volledig ingeënte populaties en daarbij het feit dat de ziekte aan 't verdwijnen was vóór de verplichte inenting (het dodenaantal zakte met 79 % vóór de inentingscampagnes), dan kunnen we toch moeilijk het enorme aantal sterfgevallen beschouwen als een noodzakelijk offer voor een ziektevrije gemeenschap.

Spijtig genoeg is het hiermee nog niet gedaan. Zowel nationale als internationale studies hebben aangetoond dat inenting een oorzaak is van wiegedood, een zeer algemene diagnose die gesteld wordt wanneer de specifieke doodsoorzaak onbekend is. Schattingen variëren van 5.000 tot 10.000 gevallen per jaar in de V.S. één studie vond een piek van wiegedood op de leeftijd van 2 en 4 maand in de V.S., net wanneer de eerste twee routine-inentingen gegeven worden, een andere studie vond een duidelijk verband tot drie weken na de inenting. Nog een andere studie stelde vast dat ieder jaar in de V.S. 3.000 kinderen sterven binnen de vier dagen na een inenting (verbazend is dat de onderzoekers geen melding maken van een verband tussen inenting en wiegedood). Ten slotte concludeerde nog een andere studie dat de helft van de gevallen van wiegedood door inentingen wordt veroorzaakt - voor de V.S. betekent dat 2500 tot 5000 kinderen per jaar.
Er bestaan studies die beweren dat ze geen relatie met wiegedood vinden, maar vele van deze studie werden door weer een andere studie waardeloos bevonden: er werd een vooringenomenheid vastgesteld en die had hun resultaat beïnvloed ten gunste van inentingen (6). Als er al twijfel is, zouden we dan niet beter kiezen voor voorzichtigheid ? Als er op een geloofwaardige manier uitgemaakt wordt dat er een verband tussen wiegedood en inenting bestaat, zouden we dan niet nauwkeurig en op grote schaal moeten bijhouden of kinderen die een wiegedood stierven al dan niet ingeënt waren ?

In het midden van de jaren 70 bracht Japan de leeftijd om in te enten van 2 maand naar 2 jaar; de gevallen van wiegedood daalden onmiddellijk zeer sterk. Ondanks dit gegeven blijft de medische clan in de V.S. ontkennen. Dokters die de doodsoorzaak moeten vaststellen ("coroners") weigeren na te gaan of slachtoffertjes van wiegedood ingeënt waren, en nietsvermoedende families blijven de prijs betalen, ze kennen de gevaren niet en het recht om zelf een keuze te maken wordt hun ontzegd.

De lage rapporteringscijfers van negatieve lichamelijke reacties kunnen erop wijzen dat er jaarlijks veel meer dan 100.000 (in de V.S. - fdw) zijn. Omdat de dokters toch niets melden weet niemand hoeveel er blijvend gehandicapt worden, maar statistieken wijzen in de richting van enkele keren het aantal sterfgevallen. Dit vermoeden wordt versterkt door een studie die onthulde dat 1 kind op 175 dat de volledige serie DKT kreeg, af te rekenen had met "ernstige tegenreacties"(7). Een rapport voor openbare aanklagers stelde dat 1 op 300 inentingsgevallen resulteerde in stuipen(8).

In Engeland zag men inderdaad een vermindering van sterfgevallen door kinkhoest toen de graad van inenting zakte van 80 % naar 30 % in het midden van de jaren '70.

De Zweedse epidemioloog Trollfors over de effectiviteit van de kinkhoest inenting: "Sterfgevallen ten gevolge van kinkhoest zijn tegenwoordig zeer zelden in de geïndustrialiseerde landen en er kan geen verschil vastgesteld worden tussen landen met een hoge, lage of geen inentingsgraad".

Hij vond tevens dat er in Engeland, Wales en West-Duitsland meer kinkhoest-doden waren in 1970 toen er veel ingeënt werd, dan van 1985-1989, toen er minder tegen kinkhoest werd ingeënt.(9)
Inentingen kosten ons meer dan de levens en de gezondheid van onze kinderen. In de V.S. betaalde een speciaal fonds (NVICP) meer dan 724 miljoen dollars (belastinggeld) aan ouders van kinderen die gestorven of gehandicapt waren na inentingen. Deze instelling ontving meer dan 5000 aanvragen sinds 1988, waaronder 700 voor inentingsdoden, en er zijn nog altijd 2800 zaken hangende die misschien nog jaren kunnen aanslepen(10).

Ondertussen beschikken de farmaceutische firma's over een lucratieve markt: in de 50 staten van de V.S. zijn inentingen wettelijk verplicht, maar toch zijn deze firma's "immuun" voor de aansprakelijkheid voor de gevolgen van hun producten. Daarenboven kunnen ze in rechtszaken informatie achterhouden die zgz. bedrijfsgeheim is. Zo'n regeling is duidelijk onethisch. Het Amerikaanse publiek wordt gedwongen om tegen zijn zin te betalen voor de fouten van fabrikanten, en tegelijkertijd doen deze fabrikanten alles opdat hetzelfde publiek niet zou te weten komen welk gevaar er verbonden is met de producten.
Het is interessant om weten dat verzekeringsmaatschappijen (die verstand hebben van kansberekening) weigeren om iemand te verzekeren tegen mogelijke fatale gevolgen van inentingen. Zowel farmaceutische als verzekeringsfirma's schijnen zich alleen maar door winstbejag te laten leiden.

Mythe nummer twee : "Inentingen zijn zeer effectief."

In de medische literatuur vind je een verbazingwekkend aantal studies over het falen van inentingen. Binnen gevaccineerde populaties zijn er epidemieën voorgevallen van zowel mazelen, bof, waterpokken, polio als Hib. (11, 12, 13, 14, 15)

In 1989 meldde het CDC: " Bij scholieren zijn er mazelen opgedoken in scholen waar meer dan 98 % van de kinderen ingeënt waren(16). Dit deed zich voor in alle streken van het land, ook in gebieden waar er sinds jaren geen mazelen meer waren geweest."(17) Het CDC maakt zelfs melding van een mazelenbesmetting in een populatie waarvan bewezen was dat ze voor 100 % ingeënt was.(18)
Een studie over dit fenomeen concludeerde: "Hoe paradoxaal het ook is, het lijkt erop dat wanneer de inenting tegen mazelen een hoog cijfer bereikt binnen een bevolkingsgroep, dat mazelen dan een ziekte wordt van ingeënte personen;"(19)
Een meer recente studie vond dat inenting tegen mazelen een onderdrukking van het afweersysteem veroorzaakt waardoor de mens gevoeliger wordt voor andere infecties.(19a)

Deze studies wijzen ons erop dat het doel van een totale inenting eigenlijk contraproductief werkt. Dit wordt bevestigd door het feit dat er epidemieën uitgebroken zijn na het totaal inenten van een volledig land. Na het invoeren van de verplichte inenting tegen pokken in 1872 stelde men in Japan jaarlijks een stijging van het aantal ziektegevallen vast. Tegen 1892 waren er al 29.979 doden terwijl IEDEREEN ingeënt was.(20)

In het begin van de 20ste eeuw kenden de Filippijnen de grootste pokkenepidemie nadat 8 miljoen mensen 24,5 miljoen vaccin-doses hadden gekregen; het aantal dodelijke gevallen verviervoudigde.(21)

In 1989 brak er in Oman polio uit, zes maand nadat er een complete vaccinatie doorgevoerd was(22). In de V.S. waren in 1986 90 % van de kinkhoestpatiënten in Kansas "degelijk ingeënt"(23). In 1993 werd in Chicago vastgesteld dat 72% van de kinkhoestgevallen voor kwam bij patiënten die op tijd en stond gevaccineerd waren.(24)

Mythe nummer drie:" Dank zij inentingen zijn er nu zo weinig ziektes."

Volgens de Britse Vereniging ter Wetenschapspromotie verminderden kinderziektes met 90 % tussen 1850 en 1940. Deze vermindering viel samen met de verbetering van sanitaire en hygiënische gewoontes. Verplichte inentingen bestonden toen nog niet(25). Sterfgevallen ten gevolge van infectieziekten namen af in Engeland en de V.S. in de 20ste eeuw met 80 %, dodelijke slachtoffers van mazelen verminderden zelfs met 97 %, voordat er ingeënt werd. In Groot Brittannië was er een polio-piek in 1950, maar in 1956, toen begonnen werd met de vaccinatie was die al met 82 % verminderd.

In het beste geval kunnen we dus maar een luttel percentage van het kleiner aantal dodelijke slachtoffers van kinderziektes toeschrijven aan inentingen. En zelfs dit kleine percentage staat niet eens vast, want we zien dat de verminderingstrend bleef aanhouden nadat inentingen ingevoerd werden. Daarenboven zag men in Europese landen waar niet werd ingeënt dat de epidemieën van polio en pokken stopten op hetzelfde ogenblik als in de landen waar er wél werd ingeënt. De inentingscampagnes tegen pokken en polio werden in 't begin gevolgd door een serieuze stijging van het aantal ziektegevallen. Tijdens de pokken inentingscampagne bleven de andere infectieziekten een dalende tendens vertonen zonder vaccins. In Engeland en Wales verminderden zowel de ziektegevallen als de inentingen gelijktijdig, en dat over een periode van verschillende tientallen jaren (26).

Het is dus onmogelijk om uit te maken of het aantal sterfgevallen verminderde door de inentingen, of dat de oorzaken die lang tevoren voor een vermindering zorgden -verbeterde sanitaire voorzieningen, hygiëne, betere voeding, natuurlijke ziektecycli- gewoon niets beïnvloed werden door de inentingsmaatregelen. Deze conclusie wordt bevestigd door een recent rapport van de WHO (World Health Organization) dat vaststelde dat er geen direct verband bestaat tussen ziekte en sterftecijfers in de Derde Wereld en inentingen of medische behandeling. Er is wel een nauw verband met de hygiëne en het dieet (27). De goede naam die inentingen hebben om ziektes te verminderen is gewoon sterk overdreven en waarschijnlijk volledig ten onrechte.

Voorstanders van inentingen wijzen liever naar statistieken die een vermindering van het aantal ziektegevallen registreren dan naar sterfgevallen. Nochtans vinden statistici zelf dat de statistiek van sterfgevallen een betere meter is van het aantal ziektegevallen, gewoon omdat dodelijke gevallen zo goed als altijd in de statistiek terecht komen, terwijl veel ziektegevallen gewoon niet gerapporteerd worden (28).
Zo bvb. onthulde een recente enquête in New York City dat slechts 3,2 % van de kinderdokters gevallen van mazelen rapporteerden aan de bevoegde instanties. In 1974 waren er volgens het CDC slechts 36 gevallen van mazelen in Georgia, terwijl het officiële meldingscentrum er 660 genoteerd had (29). In 1982 schreven de verantwoordelijken van de Volksgezondheid in Maryland een epidemie van kinkhoest toe aan een televisieprogramma dat gewaarschuwd had voor de kwalijke uitwerking van inentingen; achteraf analyseerde een toponderzoeker-viroloog de 41 gevallen en vond dat er maar in 5 gevallen sprake was van kinkhoest, de 5 patiënten waren ingeënt geweest ! (30)

Deze voorbeelden illustreren de onbetrouwbaarheid van de cijfers van het aantal ziektegevallen, waar voorstanders zo hoog met oplopen.
Mythe nummer vier: "Inenting is gebaseerd op een degelijke theorie en praktijk van immunisatie."

Het klinisch bewijs voor inenting is dat ze de productie van antistoffen activeren, dat wordt niet betwist. Wat er evenwel niet duidelijk is, is de vraag of die productie van antistoffen immuun maakt.

Een voorbeeld: kinderen met agamma-globuline-anemie kunnen geen antistoffen maken, maar toch herstellen ze na infectieziekten bijna even vlug als andere kinderen(31). Een studie uit 1950 gepubliceerd door de British Medical Council tijdens een difterie-epidemie kwam tot de slotsom dat er geen verband was tussen het aantal antilichaampjes en het krijgen van de ziekte, de onderzoekers vonden gezonde mensen met extreem weinig antilichamen en zieke mensen met hoge aantallen(32). Natuurlijke immunisatie is een complex fenomeen dat van vele organen en systemen afhangt, men kan dat niet volledig imiteren door kunstmatige opwekking van antistofproductie.

Onderzoek wees eveneens uit dat afweercellen bij inenting op een specifieke antistof in het vaccin gaan reageren en niet meer op andere infecties kunnen reageren. Aldus zou het afweersysteem verzwakt worden doordat onze immuniteitsreserve vermindert. (33)
Een ander onderdeel van de immunisatie-theorie is de "kudde-immuniteit" : wanneer er genoeg mensen in een gemeenschap immuun zijn, is iedereen beschermd. Zoals we bij mythe twee zagen, zijn er vele voorbeelden die precies het tegenovergestelde demonstreren, volledig ingeënte populaties werden toch ziek. Voor mazelen schijnt dat zelfs het gevolg te zijn van een hoge inentingsgraad (19). Een epidemioloog van de staat Minnesota concludeerde dat het Hib-vaccin het risico op de ziekte verhoogt toen een studie onthulde dat ingeënte kinderen vijf keer meer kans maakten om meningitis te krijgen dan niet-ingeënte.

Een andere basis voor inentingsprogramma's zijn zeer bepaalde epidemiologische studies. Vele van deze studies zijn niet betrouwbaar genoeg om er conclusies uit te trekken. Een voorbeeld: wanneer 100 mensen ingeënt zijn en vijf ervan krijgen de ziekte, dan wordt het vaccin voor 95 % effectief verklaard. Maar indien van die 100 er slechts 10 blootgesteld zijn geweest aan besmetting, dan is de effectiviteit maar 50 % ! Bij wijze van proef gaat niemand een groep mensen opzettelijk blootstellen aan besmetting, zelfs niet wanneer al die mensen ingeënt zijn, maar men ziet dat er redenen zijn om de cijfers te wantrouwen.

Wat ook verbazingwekkend is in de praktijk van de immunisatie : men gaat er van uit dat alle kinderen, zonder onderscheid van leeftijd, zo goed als identiek zijn. Een boreling van twee maand met een gewicht van vier kilo krijgt dezelfde dosis als een kleuter van vijf jaar die 20 kilo weegt. Zeer jonge kinderen met een onrijp, onontwikkeld immuunsysteem krijgen soms vijf of meer keer ( afhankelijk van het lichaamsgewicht) de dosis van oudere kinderen. Daarenboven, hoe werden het aantal "units" in een dosis vastgesteld ? Door willekeurig te testen, het kan van 0,5 tot 3 keer afwijken van de maat op het etiket. Blijkbaar laat de kwaliteitscontrole in de productie een dusdanige foutenmarge toe.

De NVIC heeft meermaals het bestaan van zgn. "Hot Lots" kunnen vaststellen, vaccin-loten die meer dan normaal sterfgevallen en handicaps veroorzaakten, maar de FDA weigert tussen te komen om verder onnodige trauma's en doden te voorkomen. In feite is er nog nooit een lot vaccins teruggeroepen omdat er teveel negatieve reacties op waren. Sommigen zouden hier spreken van kindermoord.
Als laatste punt: de praktijk van de inenting gaat ervan uit dat al de in te enten personen op dezelfde manier reageren, ongeacht ras, cultuur, dieet, woonplaats of andere omstandigheden. Waarschijnlijk werd dit uitgangspunt nergens dramatischer weerlegd dan in Australië, een paar jaar terug, in het Northern Territory waar een doorgedreven immunisatiecampagne leidde tot een ongelooflijke sterfte van 50 % onder de kinderen van de aboriginals (34). Onderzoeker A. Kalokerinos ontdekte dat een kritieke factor het ontbreken van vitamine C in het dieet van de aboriginals was. (Door de invloed van de blanke cultuur eten deze mensen meestal "junk food". Studies hadden vroeger al aangetoond dat inenting de lichaamsreserve aan vitamine C uitput; kinderen in shock of collaps herstellen vaak na enkele minuten wanneer ze een inspuiting met vitamine C krijgen.)

Hij was verbaasd dat er nog zovele overleefden, en stelde zich vragen over de gezondheid van de overlevenden, want als de ene helft dood ging, dan zal de gezondheid van de andere helft ook serieus geleden hebben.

Bijna even alarmerend is een zeer recente studie in het New England Journal of Medicine die onthulde dat een fors aantal Roemeense kinderen polio kregen door het vaccin, wat in meer ontwikkelde landen minder voorvalt. Er werd een verband gevonden met injecties van antibiotica: één enkele inspuiting met antibiotica binnen een maand na de vaccinatie verhoogde het risico op polio 8 keer, 2 tot 9 injecties verhoogden het risico 27 keer, en 10 of meer injecties verhoogden het risico 182 keer. (Washington Post, 22 februari 1995).
Welke andere factoren zullen er nog opduiken waar de vaccinatie-theorie tot hiertoe geen rekening heeft mee gehouden ? Welke onvoorziene gevaren en gevolgen waar men niet op gelet heeft ? Maar hoe groot het gevaar is zullen pas kunnen onder ogen zien wanneer onderzoekers gaan beginnen met uit te kijken en eerlijk te rapporteren. Ondertussen zijn volledige bevolkingsgroepen onwetend gokkers in een spel waaraan ze hoogstwaarschijnlijk niet zouden deelnemen indien ze op voorhand inzage kregen in de "regels".

Mythe nummer vijf: "Kinderziektes zijn zeer gevaarlijk"

De meeste kinderinfectieziektes hebben vandaag de dag weinig ernstige gevolgen. Zelfs de conservatieve CDC-statistieken voor kinkhoest voor de jaren 1992-1994 tonen een herstel van 99,8 %. Toen er in de herfst van 1993 in Ohio en Chicago honderden gevallen opdoken van kinkhoest, verklaarde een specialist van het Cincinnati Kinderhospitaal dat de ziekte zeer onsschuldig was, niemand stierf of werd in de intensieve opgenomen.

In het merendeel van de gevallen zijn infectieziekten tijdens de kinderleeftijd goedaardig en beperkt. Daarenboven kunnen ze immuniteit voor het ganse leven nalaten, terwijl de immuniteit door een inenting slechts tijdelijk is. Eigenlijk is die tijdelijke immuniteit zelfs gevaarlijk. Een voorbeeld: het nieuwe waterpokken-vaccin blijft zo'n 6 tot 10 jaar werkzaam. Als het al effectief is, dan wordt het kind opnieuw vatbaar wanneer het een jonge volwassene is, maar dan heeft het al 20 keer meer kans om aan deze ziekte te sterven.

Halverwege de jaren '80 verschenen er terug mazelen. In ongeveer de helft van de gevallen was dat bij adolescenten en volwassenen van wie de meeste als kind ingeënt waren(35) en de aanbevolen na-inenting geeft maar bescherming voor minder dan zes maand (36). Daarenboven vrezen sommige gezondheidsspecialisten dat het virus van het windpokkenvaccin "later in het leven kan reactiveren in de vorm van herpes zoster (gordelroos) of andere stoornissen van het afweersysteem (37)".

Dr. Lavin van de kinderafdeling van het St. Luke's Medical Center in Cleveland, Ohio, was geweldig tégen het toelaten van het nieuw vaccin, "Tot we zeker weten ... welke risico's er verbonden zijn met het injecteren van gemuteerd DNA (herpes virus) in een gast genoom (de kinderen). (38) De waarheid is dat NIEMAND het weet, maar ondertussen is het vaccin toch toegelaten en aanbevolen door de overheid.

Niet alleen zijn de meeste infectieziekten zelden gevaarlijk, ze kunnen integendeel een vitale rol spelen in de ontwikkeling van een sterk, gezond afweersysteem. Bij personen die nooit mazelen hebben gehad ziet men meer bepaalde huidziekten, ontaardingsziektes van been en kraakbeen, en bepaalde tumoren. Vrouwen die geen bof hebben doorgemaakt, vertonen een hoger risico op kanker van de eierstokken.

Mythe nummer zes: "Polio was overduidelijk een van de grote successen van inenting".

Over polio verschijnt een apart artikel.  

Mythe nummer zeven:

"Mijn kind vertoonde geen reactie op korte termijn, dus is er niets om ongerust over te zijn ... "
 
Wat betreft de negatieve effecten van inenting op lange termijn zijn er studies over chronische immunologische en neurologische afwijkingen zoals autisme, hyperactiviteit, concentratiestoornissen, dyslexie, allergieën, kanker en andere afwijkingen die dertig jaar geleden, voor de massale inentingen, nauwelijks voorkwamen. De bestanddelen van vaccins bevatten gekende kankerverwekkende stoffen zoals thimersol, aluminiumfosfaat en formaldehyde (het Australisch anti-gifcentrum stelt dat er GEEN aanvaardbare veilige hoeveelheid formaldehyde is die zou kunnen ingespoten worden in een levend menselijk lichaam).
Harris Coulter, Ph.D., is onderzoeker en schrijver, hij houdt zich bezig met de geschiedenis van de geneeskunde. Zijn uitgebreid onderzoek bracht aan het licht dat inentingen bij kinderen

" ... een lichte graad van encefalitis veroorzaakt bij kleine kinderen op een veel grotere schaal dan de diensten van Volksgezondheid willen toegeven, bij zo'n 15 tot 20 % van alle kinderen."

Hij wijst erop dat in de nasleep van encefalitis (= ontsteking van de hersenen, een gekend neveneffect van inenting) kunnen optreden:
autisme, leerstoornissen, minimale en minder minimale hersenbeschadiging, stuipen, epilepsie, slaap- en eetstoornissen, sexuele stoornissen, astma, wiegedood, diabetes, zwaarlijvigheid, neiging tot impulsief geweld. Het zijn precies de kwalen die in de moderne maatschappij algemeen zijn geworden. Veel van deze afwijkingen waren vroeger relatief zeldzaam, maar werden algemeen naarmate de kinderinentingsprogramma's uitbreidden.

Coulter vernoemt ook dat " ... het toxisch bestanddeel van het kinkhoestvaccin gebruikt wordt om encefalitis te doen optreden bij laboratorium proefdieren."

Een Duitse studie vond een verband tussen inenting en 22 neurologische afwijkingen waaronder verminderde concentratie en epilepsie.
De virale elementen in de vaccins verblijven jaren in het menselijk lichaam en kunnen daar muteren, zonder dat iemand de gevolgen daarvan kan inschatten. Miljoenen kinderen nemen dus deel aan een enorm, wreed experiment en de medische gemeenschap doet geen serieuze georganiseerde inspanning om de negatieve neveneffecten op te volgen of om de gevolgen op lange termijn te onderzoeken.
Mythe nummer acht: "Vaccins zijn de enige preventie-mogelijkheid".

De meeste ouders voelen zich verplicht om voor hun kinderen iets te doen om ziektes te voorkomen. Hoewel er nooit een 100 % garantie is, zijn er toch goede alternatieven. Historisch gezien is homeopathie effectiever gebleken in de behandeling en het voorkomen van ziektes dan de gangbare allopathische geneeskunde.

Toen in 1849 cholera uitbrak in de V.S., zag de allopathische geneeskunde een sterftegraad van 48-60 %, terwijl homeopathische hospitalen er slechts 3 % optekenden. Dit is gedocumenteerd (40). Dit is ook vandaag nog geldig voor cholera (41). Recente epidemiologische studies tonen aan dat homeopathie even goed of beter scoort om ziektes te voorkomen. Er zijn rapporten over populaties die homeopathisch behandeld werden en die na blootstelling aan de besmetting een 100 % succes kenden, niemand van de behandelden kreeg de ziekte (42).

Homeopathische kits ter ziektevoorkoming zijn beschikbaar (43). Men kan de homeopathische middelen ook nemen alleen tijdens periodes van verhoogd risico (een lokaal optreden, reizen enz.) en in dergelijke gevallen blijken ze heel effectief te zijn. Omdat deze middelen geen giftige bestanddelen bevatten, veroorzaken ze ook geen neveneffecten. Daarenboven is homeopathie al nuttig geweest om bepaalde slechte gevolgen van een inenting ten goede te keren, ook bij chronische stoornissen waaraan allopathische geneeskunde weinig kon verhelpen.

Mythe nummer negen: "Inentingen zijn wettelijk verplicht, en dus onvermijdelijk."

In de V.S. zijn er drie mogelijkheden om te ontsnappen aan de wettelijke verplichting:

  1. Om medische redenen. Alle 50 staten laten hier een uitzondering toe.
  2. Om godsdienstige redenen. In bijna alle staten mogelijk.
  3. Om filosofische of persoonlijke redenen. Meer en meer staten houden er rekening mee dat inentingen omstreden zijn, en dat wettelijk verplichte inenting de vrijheid van het individu schendt.

In tegenstelling tot de V.S. is in België alleen de inenting tegen polio wettelijk verplicht. Met een beetje vindingrijkheid kan men zich aan die verplichting onttrekken ...

Hou er wel rekening mee dat het bewijs van inenting ook in kinderdagverblijven gevraagd wordt. Wees dan nogmaals vindingrijk !

Op zijn minst kan men de verplichte inenting uitstellen tot 18 maand zonder de wet te overtreden.

De staat heeft de macht om inentingen verplicht te maken. Heeft hij ook het recht ? Daarover in de volgende Brug. (fdw)

Mythe nummer tien: "Voor de minister van Volksgezondheid staat gezondheid op de eerste plaats."

De geschiedenis van inentingen staat bol van goed gestaafde voorbeelden hoe men bedrieglijk inentingen voorgesteld heeft als almachtige ziektebedwingers, terwijl ze eigenlijk dikwijls het verdwijnen van een ziekte uitgesteld en zelfs tegengewerkt hebben. In Engeland gaf het Ministerie van Volksgezondheid toe dat diagnosen gesteld werden in functie van de inentingen, m.a.w. patiënten met een ziekte waartegen ze ingeënt waren kregen een andere diagnose. De cijfers in de hospitalen werden vervalst en de doodsoorzaken eveneens. Ook vandaag zijn er nog veel dokters weigerachtig om een ziekte bij een kind te diagnosticeren wanneer dat kind ertegen ingeënt is. Zo blijft de mythe natuurlijk bestaan.

De schuld treft niet zozeer de individuele dokters. Als student weten ze niet beter dan dat de informatie die hun aangereikt wordt correct is (waarmee nog eens de nefaste rol van de Staat in het onderwijs aangetoond wordt - fdw).

Ironisch genoeg is geneeskunde een terrein waar conformiteit heerst, er is weinig tolerantie voor opinies die afwijken van de status-quo. Dokters kunnen je niet waarschuwen voor wat ze zelf niet weten, eens ze een eigen praktijk hebben is er ook weinig tijd voor verdere studie. Ze zijn a.h.w. gegijzeld door een systeem dat onafhankelijk onderzoek en het vormen van een eigen opinie ontmoedigt. De weinigen die de status-quo durven in vraag stellen worden vaak gebroodroofd, er is immers de Orde van Geneesheren die door de wetgever gesteund wordt.

Besluit

In de Medical Post van december 1994 verklaarde Guylaine Lanctot, auteur van de bestseller "Medische Maffia" : "De medische autoriteiten blijven liegen. Inentingen zijn catastrofaal voor het immuunsysteem. Ze veroorzaken ziektes. We veranderen feitelijk onze genetische code door vaccinatie ... Over 10 jaar zullen we weten dat de grootste misdaad tegen de mensheid inentingen waren."
Na een uitgebreide studie van de medische literatuur over inentingen concludeerde Dr. Viera Scheibner: "Er is geen enkel bewijs dat inentingen ziektes kunnen voorkomen. Integendeel, er zijn massa's bewijzen dat ze serieuze neveneffecten veroorzaken."
John B. Classen, M.D., M.B.A., verklaart: " Mijn gegevens tonen aan dat de studies die gebruikt werden om inentingen aan te bevelen zo vol fouten zitten dat het onmogelijk te zeggen is of inentingen een netto winst voor een individu of voor de maatschappij betekenen. Deze kwestie kan alleen uitgemaakt worden door gepaste studies die tot dusver nooit werden verricht. De fout bij vroegere studies is dat er geen opvolging op langere termijn was en er niet gezocht werd naar chronische vergiftiging. De American Society of Microbiology heeft mijn onderzoek ondersteund ... en aldus de nood voor serieus onderzoek erkend."

Sommigen zullen dit misschien radicale standpunten vinden, maar ze zijn gefundeerd. Het blijven ontkennen van de bewijzen houdt alleen maar de mythes in stand, samen met de negatieve gevolgen voor onze kinderen en de maatschappij. Agressief en veelomvattend wetenschappelijk onderzoek is zeker gerechtvaardigd, want zolang dat er niet is blijven de inentingsprogramma's uitbreiden. De winsten voor de producenten zijn gegarandeerd omdat ze toch niet aansprakelijk zijn voor de negatieve effecten. Dit is vooral treurig omdat er nu al veilige en effectieve alternatieven bestaan.

Ondertussen gaat de race verder. Volgens het NVIC zijn er op dit ogenblik zo'n 250 nieuwe vaccins in ontwikkeling, gaande van oorpijn, contraceptie tot diarree. Ongeveer 100 daarvan worden al klinisch getest. Onderzoekers werken aan inentingsmethodes via neussprays, via muskieten (inderdaad, muskieten), en via de vruchten van transgene planten waarin de vaccin-virussen groeien. Aangezien ieder kind (en dus volwassene) op de planeet een mogelijke afnemer is van verschillende doses, en ieder gezondheidssysteem en regering een mogelijke koper, hoeft het niet te verbazen dat ontelbare miljoenen dollars geïnvesteerd worden in de groeiende multi-biljoen dollar vaccin-industrie. Zonder massaal publiek protest zal men ons en onze kinderen altijd maar nieuwe inentingen laten ondergaan (zie blz. 27 in deze Brug over hepatitis C - fdw). De winsten, die kunnen al berekend worden, de reële menselijke kost wil men niet weten.
Wat ook je persoonlijke beslissing zij omtrent inentingen, wees op de hoogte. Je hebt het recht en de verantwoordelijkheid om geïnformeerd te zijn. Het is een moeilijke kwestie, maar er staat meer dan genoeg op het spel om de tijd en de energie te rechtvaardigen

 
Volgende >
© 2008 Het Nieuwe Denken
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.