Een volk dat geen naam had, leefde in volmaakte harmonie met hun bron. Al hun handelen kwam voort vanuit creatieve vreugde. Al hun handelen kwam voort vanuit volmaaktheid. Niet zoals we dat vandaag kennen. Vandaag de dag handelen we omdat we constant iets nodig hebben, we voelen ons nooit volmaakt. Maar deze mensen, deze mensen hun handelen was als een overstromende kruik. Ze waren compleet en volmaakt, omdat de bron compleet en volmaakt is. Ze waren intelligent, en hun bewustzijn was ver voorbij het woordelijke. De diepe Liefde die zij ervoeren schepte een subtiele energie dat hen allen op een zeer fijn niveau verbond. Alles was in afstemming tot elkaar, en alles resoneerde met de volmaaktheid van de bron. Er was geen misbruik, er was geen oorlog, geen ruzie noch criminaliteit. Want ieder zag zijn eigen volmaaktheid in, niemand kende de sensatie "iets nodig te hebben".
Zij waren een met de bron, doch authentiek. Daar de bron zichzelf uitdrukte via authenticiteit. Ze leefden materieel simpel. De natuur gaf hen alles wat ze nodig hadden. De natuur is een gesloten cyclus, dat de oneindige openheid van Geest ondersteund. En daarom was men geestelijk vrij, en konden zij vrijelijk de oneindige vreugdevolle creativiteit en potentie van de bron tot uitdrukking brengen. Het waren deze mensen, die de bron door hun creativiteit deed manifesteren. Er was geen ervaring van "arbeid" noch "inspanning", alles ging natuurlijk. Natuurlijk, zoals een kind vol vreugde zijn spel speelt.
Hun geest was stil en sereen. Het was voor hen niet nodig te spreken. Ze waren op een subtieler en universeel niveau van elkaar bewust. Alles was in afstemming tot elkaar, doch in vrijheid.
Op een dag kwam er een man hun nederzetting bezoeken. Hij droeg een strak, zwart, pak waar hij tot verbazing van het naamloze volk nauwelijks in bewegen noch ademen kon. Zijn geest toonde zwarte, dikke, energie dat zijn onwetendheid verraadde. Omdat hij niet bewust was, moest zijn geest constant gedachten manifesteren. Hij slaakte gepatroniseerde geluiden uit. Niet zoals het naamloze volk. De geluiden die zij uit brachten waren slechts ter ondersteuning van hun fysieke handelingen. Of wanneer men hun lichaam fijner wenste af te stemmen op de frequentie van bepaalde energieen. Omdat het naamloze volk de geest van de man met gemak konden doorgronden, leerde zij dat de man deze warrige klanken als "spreken" ervaart. Omdat zijn volk niet bewust was, moesten zij deze gepatroniseerde klanken naar elkaar overbrengen om zichzelf te verduidelijken.
Een jongetje van het naamloze volk liep de man toe. Hij had uit de man zijn geest de vaardigheid tot spreken overgenomen. "Wie zijn jullie?" vroeg de man. De man vroeg naar een kudden identiteit, omdat zijn bewustzijn zijn dierlijkheid waarin zijn ziel zich bevond niet onstegen was. Zo een dergelijke vraag is alleen mogelijk wanneer je niet ervaard dat ieder eenheid is. "Wij zijn wie wij zijn." Antwoordde het jongetje. "Wat is dat nou voor een antwoord?!" Protesteerde de man, "Ieder welvarend volk heeft een naam." "Wij hebben geen naam." Zei het jongetje.
"Het zal wel." Sprak de man spottend. "Laat mij eens zien wat jullie gebouwd en uitgevonden hebben." Het jongetje overhandigde de man een kristal. Deze kristal was zodanig afgestemd, dat men op geestelijke wijze het gehele universum door kon reizen. "Je kunt hem het beste voor de zonnenvlecht houden" verklaarde het jongetje. Hebzuchtig nam de man het kristal aan. De man zijn energie stroomde niet, omdat zijn hele lichaam vol angstvallige krampen zat, en zijn gewaarzijn zich van zijn geest had afgesloten. "Wat heb je nier nou weer aan?" Vroeg de man. Door zijn botte geest en een ernergetischetrilling dat niet voorbij het stoffelijke kwam, was het voor hem niet mogelijk de functie van de kristal te ervaren. "Als dit een juweel moet voorstellen, ben ik niet onder de indruk." Uitte de man zich. Zichzelf nu steeds superieurder voelende over het naamloze volk.
Het jongetje leidde de man verder hun nederzetting in, en toonde hem een groot kristallen beeld dat op hun dorpsplein stond. "Dit beeld is gemaakt door een van ons meest krachtig bewuste wezens. Wanneer men schept vanuit Goddelijk inzicht, zal de kracht van dat bewustzijnsniveau zich over het hele volk uitstralen. Het is dankzij onze scheppingen dat onze evolutie en welzijn bespoedigd wordt," straalde het jongetje. "Dit is tenminste wel indrukwekkend," commenteerde de man. Zijn bekrompen geest bekeek dingen in superieur en inferieur. In zijn volk waren hun scheppingen gebaseerd op indruk maken op andere dorpen en steden. Bij hun was de wens tot schepping een reflectie van hun ego. Alles moest groot en indrukwekkend zijn, net zoals de kat die zijn haren uitzet om indrukwekkender te lijken tegenover zijn tegenstander. Alles bij hen kwam nog voort vanuit dierlijke impulsen, omdat ze nog niet konden ervaren dat ze een zuiver bewustzijn zijn dat niet het dierlijke lichaam is, maar het dierlijke lichaam bezielt.
"Echter:" kondigde de man aan, "Jullie zijn nog niet zo ver ontwikkeld als wij." Een sensatie van genot schoot door de man zijn lichaam, terwijl hij dit verklaarde. "Jullie zijn inefficient. Ons leven is veiliger en directer. Wij zijn allen professioneel en ambitieus. Ons infrastructuur onderhoudt ons ten alle tijden." Het jongetje kon zien waar de man over sprak. De infrastructuur waar hij het over had, was slechts een artificiele imitatie van de natuurlijke cycli. In plaats van dat deze cycli slechts ondersteunend waren voor de geest en het vrije leven, hadden deze de overhand in het leven van deze mensen. Het had niet langer een ondersteunende factor, maar een leven-dominerende rol. Zijn volk moest zijn oneindige potentie en openheid limiteren door zich te specialiseren. Zij moesten zich vereenzelvigen met de rollen die hun infrastructuur nodig had om voort te bestaan. Zij moesten hun geest opgeven, slechts om de rollen van de natuur op zich te nemen. Zij waren grotendeels nog dier, en niet bewust-aanwezige-wezens. Daarom was al hun handelen op angst gebaseerd, daar zij zichzelf sterfelijk en kwetsbaar achtte. Dit kon men zien in het feit dat kudden-activiteiten en voortplanting als het hoogste goed werden aanschouwd. Als wel in het samen zijn, men at en dronk, slechts om niet als bewuste-wezens met elkander te zijn. In het samen zijn, spraken zij over anderen en de omgeving. Er werd gesproken over behalingen. Er moest constant een beeld geschept worden over de stand van zaken, daar de omgeving constant ontdekt moest blijven. De overlevingsdrangen maakte dat het zo is. De omgeving kennen verhoogd de kans tot overleven. Omdat zij kuddendieren zijn, moesten zij ook alles over elkaar weten. De kudde is een belangrijk element in hun omgeving. Ze wilde alles over een ander weten, niet uit liefde, maar voor hun eigen veiligheid.
Het jongetje zag dat het geen zin had de man te openbaren aan de wezenlijkheid van zijn eigen volk, omdat de man zijn overlevingsdrangen verwikkeld waren in zijn werkelijkheidsbeleving. Zijn angst voor het sterven deed hem krampachtig vasthouden aan alles dat hij geloofde. Zijn patronen mochten niet verstoord worden, omdat hij dan openbaart zou worden aan het onbekende. De geest dat vereenzelvigd is met het dier, projecteert zijn angst in het onbekende en de oneindige openheid van het bestaan. Hij wilde geen schepper zijn, hij wilt een slachtoffer zijn van de vergankelijkheid der natuurlijke cycli. Daar kent hij de sensatie van macht, en dus veiligheid. De patronen in zijn geest waren als een afbakening van zijn gebied. Zijn patronen waren geestelijk urine waarmee hij zijn territorium afbakent. Wie voorbij deze afbakening zou komen, zou zijn bestaan bedreigen. Het was om deze reden dat de man het Naamloze volk minderwaardig moest vinden, en hen ervaarde als minder ontwikkeld. Hem confronteren met de aard van zijn beleving, zou hem slechts in agressie en helse angst tot verweer en ontkenning drijven.
"Ik ga verder" Sprak de man. "Jullie hebben nog veel te leren, maar ik heb goede hoop voor jullie. Misschien zullen we wel wat geld voor jullie inzamelen zodat jullie net als ons kunnen leven, opdat jullie iets van jezelf maken kunnen. En niet slechts in het moment hoeven te leven." Het jongetje knikte de man slechts toe, en zag hoe de man zijn weg vervolgde.
Bron: http://xoalin.2ya.com/
|