Beste lezer, in dit artikel vindt u een klein verslag van het leven van één van de gedupeerden van onze neo-kolonialistische westerse beschaving. Hij is één van hen die aan de voordeur van de Nederlandse samenleving klopten, om zijn deel van de rekening voor de westerse welvaart aan ons te presenteren. Hij kwam hier om eten en onderdak te vragen, daar in zijn land voor hem geen plaats meer was. De 26-jarige Mohamed Isim Alla kwam in 1999 als asielzoeker aan in Nederland. Na de eerste jaren van zijn leven in een dorpje aan de voet van het Nuba-gebergte in het zuidwesten van Soedan te zijn opgegroeid, werd hij door zijn vader naar Khartoem gestuurd. Daar werd zijn opvoeding verder verzorgd door een vriend van zijn vader.
In Khartoem had hij meer ontwikkelingsmogelijkheden, was het achterliggende idee van zijn vader. Na zijn middelbare school te hebben afgemaakt moest hij in het leger. Hij kreeg daar een soort van commando-opleiding. In het zuiden van het land woedde toen een zich verder verspreidende oorlog. Zijn eenheid stond op het punt te worden uitgezonden naar het oorlogsgebied. Het zachtaardige karakter van Mohamed deed hem ernstig twijfelen of hij wel als moordmachine ingezet wilde worden. Mohamed koos er daarom voor om mens te blijven en zich niet door machtswellustige leiders als militair in te laten zetten tegen zijn eigen bevolking in het zuiden van Soedan. Zijn menselijke waardigheid wilde hij niet verliezen door haat te ontwikkelen ten opzichte van een vijand, die niet de zijne was.
Uiteindelijk besloot hij zijn twijfel te doorbreken en te deserteren uit het leger. Via Syrië en Roemenië wist hij in Nederland te komen. Hier hoopte hij een vre(ug)devol bestaan op te kunnen bouwen. Zijn angst om weer teruggestuurd te zullen worden deed hem besluiten om voor aankomst in Nederland zijn paspoort te verscheuren en door het toilet in het vliegtuig te spoelen. Mijns inziens de enige plaats waar dit soort overgewaardeerde papieren thuis horen. Op dat moment kon hij echter niet voorzien hoe de Nederlandse regelcultuur hiermee om zou gaan, daar hij in Nederland menselijkheid hoopte te vinden. Bij aankomst in Nederland werd hij gedurende de eerste dagen regelmatig door de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) verhoord. Volgens Mohamed ging dat niet op een vriendelijke manier. Uit de manier van vragen leek men hem bij voorbaat al niet te geloven. De druk die hij daardoor voelde maakte hem bang en hij gaf daarom soms misschien sociaal wenselijke antwoorden. Bij de beoordeling van zijn asielverzoek, dat in zijn geval drie jaar duurde, meende men een aantal tegenstrijdigheden in zijn verhaal te constateren. Dat deed de IND besluiten om zijn asielverzoek in 2002 af te wijzen.
Gedurende het wachten op die beoordeling had hij ondertussen een goed bestaan opgebouwd in Zutphen. Van de woningbouwcorporatie kreeg hij een huurhuis, waar hij zijn flink gegroeide vriendenkring kon ontvangen. Daar Mohamed absoluut geen leeg bestaan van afwachten wilde leiden, volgde hij een Nederlandse taalcursus en liet zich in elektrotechniek scholen. De afwijzing van zijn asielverzoek trok een lelijke streep door zijn hoop zijn leven in Nederland verder vorm te kunnen geven. Van de ene op de andere dag werd hem alles ontnomen, zijn huis, zijn uitkering, zijn scholing en zijn toekomst. Hij was veroordeelt tot het schaduwbestaan van een illegaal, daar hij nergens heen kon. Tijdelijk kon hij onderdak krijgen bij verschillende vrienden. Dit rusteloze onzekere bestaan knaagde enorm aan zijn gevoel van eigenwaarde. Hij besloot daarom al zijn bezittingen te verkopen en zijn geluk elders te gaan zoeken, een vals paspoort aan te schaffen en het ongastvrije Nederland de rug toe te keren. Via Lissabon wilde hij naar Canada vliegen. Tijdens een transit op de luchthaven van Frankfurt werd de valsheid van zijn paspoort ontdekt en verdween hij in een Duitse cel. Naar zijn zeggen kreeg hij daar een heel goede behandeling. De Duitse autoriteiten kwamen tot de onvermijdelijke conclusie dat hij eerder in Nederland was geweest en zetten hem over de grens. Daar werd hij door de IND opgevangen, verhoord en netjes naar het dichtstbijzijnde station gebracht. Niet wetend waar anders heen te gaan dan terug naar zijn Zutphense vrienden, meldde hij zich daar. Opnieuw werd hij daar gastvrij onthaald en vond er een onderkomen bij mijn ex-partner en onze twee dochters. Zijn schaduwbestaan zette zich voort. Het asielzoekerverhaal was inmiddels in de Nederlandse politiek een hot issue geworden en IJzeren Rita Verdonk zat inmiddels stevig in haar pluchen zadel. Het zag er daarom voor Mohamed niet rooskleurig uit. Toch vond hij enige rust in de wetenschap dat er mensen waren die om hem gaven en zich zijn lot aantrokken.
Als illegaal loop je voortdurend het risico te worden opgepakt. Zo gebeurde het dat Mohamed bij een routine verkeerscontrole staande werd gehouden vanwege het ontbreken van licht op zijn fiets. Hij kon zich niet legitimeren en verdween voor drie weken in een politiecel in Apeldoorn. Na zijn vrijlating zette hij zijn hopeloze schaduwbestaan voort. Totdat hij in een shoarmazaak een politieman tegenkwam die hem herkende. Deze nam hem mee en liet hem overbrengen naar Kamp Zeist, waar hij enige maanden verbleef. Vanuit Kamp Zeist werd hij overgebracht naar de detentieboot in Rotterdam. Tijdens het verblijf op die boot zette hij zich in voor zijn medegevangenen en liet zichzelf voortdurend van zijn beste kanten zien. De IND deed een poging om voor hem via de ambassade een laissez passer te verkrijgen. De ambassade wilde echter niet meewerken, daar Mohamed niet kon bewijzen dat hij uit Soedan kwam. Dus terug in detentie. Na tien maanden en door het werk van zijn toenmalige advocaat, kon men hem niet langer vasthouden. Op 24 december 2004 werd hij vrijgelaten met een document van de IND in handen, waarop vermeld stond dat er geen zicht was op uitzetting en dat hij binnen 24 uur het land moest hebben verlaten.
Tja en dan. Toch maar weer richting Zutphen. Tijdens een kerstmaaltijd op die bewuste Kerstavond stapte hij weer het voor hem bekende en zeer gastvrije huis binnen, alwaar de aanwezige vrienden van het gezin vol blijdschap hem verwelkomden. Ik kende Mohamed toen nog niet zo goed. Ik had hem wel een paar keer ontmoet maar onze levens waren nog niet zo met elkaar verbonden. De confrontatie met zijn verhaal en het onnodige leed dat hij ervoer, bracht bij mij de wil naar boven deze mens op alle mogelijke manieren te willen steunen. Van toen af vlochten onze levens zich meer en meer ineen. Tijdens die Kerstmaaltijd werd een plan de campagne gemaakt om een eind aan het nodeloze lijden van deze goedwillende jongeman te maken, door met elkaar alles op alles te zetten om hem aan een definitieve verblijfsvergunning te helpen. De dagen na kerst werd er door mij een publiciteitscampagne gestart, waarop een gespecialiseerde vluchtelingenadvocaat in Zutphen reageerde. Deze nam Mohamed’s zaak over en gaf ons de nodige adviezen. Verder kon hij op dat moment niet zo veel doen. Om onderdak en eten hoefde hij zich geen zorgen te maken, daar hij meer dan welkom was bij mijn ex-partner en dochters in huis. Zij hadden hem min of meer al geadopteerd als pleegzoon en pleegbroer. Verder droeg ik ook bij in zijn financiële behoeften. Mohamed wilde niets liever dan iets terug doen voor de aan hem geschonken gastvrijheid en wilde graag in het huis en in de tuin aan het werk.
Op advies van de advocaat ging ik met Mohamed nogmaals naar de Soedanese ambassade, met hetzelfde resultaat als de IND. Als een lijdzaam wachtende schaduw van zichzelf moest hij blijven hopen op betere tijden. De advocaat adviseerde ons toen om nogmaals naar de ambassade te gaan en van hen een officieel document te vragen waarin zij aan zouden geven dat hij daar was geweest, maar dat ze hem niet konden helpen. Het was de moeite waard om te proberen, hij moest tenslotte voor de autoriteiten laten zien dat hij wilde meewerken aan zijn terugkeer. Na het betalen van enige bakshies (omkoopgeld) kreeg hij dat document. De advocaat vond echter dat er nog meer moest komen. Zo werd Mohamed verzocht om documenten in Soedan proberen te krijgen, waaruit bleek dat hij in het leger was geweest en andere documenten met zijn naam er op. Na lang wachten kreeg hij dat uiteindelijk voor elkaar. Helaas waren het geen originele documenten, maar kopieën. De advocaat had daarom zijn twijfels of de IND bij een volgend asielverzoek die wel zou accepteren. Opnieuw waren we terug bij af.
Inmiddels was het voorjaar 2005 en Mohamed was al drie jaar illegaal in het land. Het eindeloze wachten en de hopeloosheid van zijn situatie begonnen hem depressief te maken. Ik zag hem wegkwijnen. Het deed mij pijn om hem zo te zien. Zijn onverzettelijkheid trok hem echter weer uit het moeras en liet hem een hernieuwde hoop vestigen op het vinden van meer geluk in een ander land. Van een vriend, die naar Engeland was vertrokken, hoorde hij positieve berichten over het verblijf aldaar. Voor Mohamed gloorde er daardoor weer enig licht aan de horizon. Een vals paspoort was weer snel gekocht en hij toog op weg. In Calais, vanwaar hij de oversteek wilde maken, was hij niet de enige illegale gelukszoeker. Van lotgenoten hoorde hij dat het toch veel moeilijker was om Engeland binnen te komen. Na de situatie in Calais een paar dagen te hebben aangezien, zag hij hoe hopeloos het was. Dit deed hem besluiten zich bij de Franse vreemdelingenpolitie te melden. Hij werd naar Parijs gebracht, kreeg daar een goede behandeling, onderdak, geld en een persoonlijk begeleidster. Aangezien de Franse autoriteiten voor hem wel mogelijkheden zagen voor een verblijfsstatus, kreeg hij een tijdelijke vergunning van een maand. In Parijs kon hij zich redelijk vrij bewegen. Er werden zelfs uitstapjes voor hem en zijn lotgenoten georganiseerd. In het kader van de integratie kreeg hij Franse les.
Nadat de eerste maand verstreken was werd zijn vergunning met nog een maand verlengd. De vreemdelingendienst had vingerafdrukken van hem genomen, die via de gekoppelde Europese computerbestanden tot de ontdekking leidden dat hij eerder in Nederland was geweest. Toen ontrolde zich het inmiddels bekende scenario. Nederland moest hem terugnemen. Op het moment dat Mohamed op 13 juli 2005 zijn verblijfsvergunning weer wilde laten verlengen en zich bij de vreemdelingendienst meldde, werd hij op de hoogte gebracht van hun ontdekking. Einde verhaal dus. Opnieuw belandde hij in een politiecel. Daar 14 juli in Frankrijk een nationale feestdag is, moest zijn uitzetting wachten tot de dag er na. Op 15 juli werd hij uit de cel gehaald. Hij vroeg of hij nog zijn spullen uit zijn kamer mocht halen. Dit werd hem niet toegestaan. Ook vroeg hij of hij de € 160,-, die zijn vrienden vanuit Nederland aan hem hadden opgestuurd, terug kon krijgen. Daarop werd hem geantwoord dat hij die zou krijgen voor hij in het vliegtuig zou stappen. Op weg naar het vliegtuig vroeg hij nogmaals om het geld en kreeg hetzelfde antwoord. Eenmaal bij het vliegtuig werd hij gedwongen snel in te stappen en kon dus fluiten naar zijn geld. De autoriteiten hadden hem een document meegegeven met een naam van een IND-ambtenaar in Zevenaar, waar hij zich moest melden.
Op Schiphol aangekomen kon hij zo doorlopen. Er was niemand van de IND die hem opwachtte. Zutphen als reisbestemming was voor hem een logische keus. Op het station Schiphol stapte hij in de trein en na verloop van tijd kwam de conducteur, die hem om zijn vervoersbewijs vroeg. Het geld dat hij had was in de zakken van een Franse politieman verdwenen, dus hij had geen kaartje kunnen kopen. Daar staat in Nederland een boete van toen nog € 30,- voor. De conducteur deed wat hij volgens voorschrift moest doen, hij schreef een bon uit. Het tragische verhaal van Mohamed’s schaduwbestaan nam zijn vervolg. In Zutphen pakte hij zijn (schaduw)leven weer op. Iedereen was blij hem weer te zien en het wachten en hopen ging verder. In een contact met de IND waarin ik zijn situatie uitlegde, kreeg ik te horen dat het hoogst ongebruikelijk was dat een asielzoeker zich bij één persoon van die dienst zou moeten melden. Dus kreeg ik de betreffende IND-ambtenaar niet te spreken. Mohamed moest maar een tweede asielverzoek indienen. Een doodlopend spoor dus, één van de vele.
Mohamed’s grote hoop was gevestigd op een politieke omwenteling in Nederland, waarmee er een eind zou worden gemaakt aan het onmenselijke regime van IJzeren Rita en haar ambtenaren. Zijn gebeden werden vorig najaar verhoord. IJzeren Rita moest het veld ruimen, het kabinet Balkenende III viel en een heel nieuw toekomstperspectief diende zich aan met de in kracht toenemende eis van een generaal pardon. Na een onzekere kabinetsformatie, waarin de christelijke huichelaars uit het gevallen kabinet toch weer de boventoon voerden, werd het generaal pardon dan uiteindelijk in het regeerakkoord opgenomen. Onduidelijk was nog hoe het er uit zou moeten gaan zien. Mohamed’s hoop werd gevoed. Totdat er een tragisch misverstand plaatsvond.
Op de vroege ochtend van 4 maart 2007 was Mohamed aan het schoonmaken in een Zutphense horecagelegenheid. Een vriend van hem die dit werk doet, werd ziek en vroeg Mohamed voor hem in te vallen. Bij het naar binnen gaan liet hij buitendeur op een kier staan, omdat hij die niet op slot kon krijgen. Een jonge medewerkster van het restaurant kwam toevallig na een nachtje stappen langs en zag die open deur. Ze meende dat er ingebroken werd. Meteen alarmeerde ze de politie, die met honden en al groots uitrukte. Mohamed die zijn aanwezigheid daar kon verantwoorden werd excuses aangeboden. Hij kon zich echter niet identificeren. Wel kon hij zijn gastvrije verblijfsadres opgeven. Er gingen twee dagen voorbij tot de Zutphense politie in opdracht van de vreemdelingendienst bij zijn gastadres voor de deur stond om hem op te pakken. Hij wist wat hem te wachten stond. Hem wachtte opnieuw de benauwdheid van een politiecel en daarna moest hij maar zien wat er zou gebeuren.
Het nieuws vernemend van zijn totaal zinloze arrestatie, voelde ik een hevige verontwaardiging en onbegrip voor zoveel menselijke hardheid die de Nederlandse overheid ten toon spreidt. Regels zijn regels, niet waar. Mohamed had geen identiteitspapieren, was dus illegaal en moest dus opgesloten worden. Daarnaast voelde ik een enorme boosheid ten aanzien van de onmenselijkheid van ons zogenaamde tolerante Nederland. Wat is in godsnaam de zin van het toebrengen van dit onnodige leed aan een mens, die alleen maar wil leven en zelfs zich wil inzetten voor de Nederlandse samenleving. Lui is Mohamed nooit geweest. Voor hem was het vaak een enorme vernedering geld te moeten ontvangen zonder daar iets voor te hoeven doen. Hij gaf ook vaak aan dat, mocht hij een definitieve verblijfsvergunning krijgen, hij absoluut geen uitkering wil. Hij wil eerlijk werken voor zijn geld. Dus het argument van de sociaal slechtzienden en blinden, dat alle vreemdelingen hier komen om in onze sociaal-economische hangmat te gaan liggen, is op hem niet van toepassing.
Vanuit mijn sterk aangetaste gevoel van rechtvaardigheid voelde ik de behoefte alles in het werk te stellen om Mohamed zo snel mogelijk uit zijn gevangenschap te bevrijden. Uit een contact met een journalist van het regionale dagblad de Stentor bleek dat zij wel mee wilden werken aan enige publiciteit over het trieste lot van de Soedanese jongeman. Er werd meteen een artikel aan gewijd. De journalist wilde graag op de hoogte worden gehouden van de nieuwe ontwikkelingen in deze zaak. Die waren er volop. Na drie dagen in een cel in het politiebureau van Doetinchem te hebben doorgebracht werd Mohamed overgeplaatst naar het Huis van Bewaring in Ter Apel. Voor hem, onder zijn omstandigheden, een veel gunstiger plaats om gevangen te zitten, daar hij er meer bewegingsvrijheid kon genieten.
Via een kennis in de lokale politiek van Zutphen werd binnen dat circuit ook het nodige in beweging gebracht. De advocaat deed intussen zijn werk heel goed. Hij zocht de voorwaarden op waar illegalen aan moeten voldoen om voor het generaal pardon in aanmerking te kunnen komen. Eén van die voorwaarden is dat men in 2006 het gehele jaar in een gemeente in een noodopvang moet zijn gehuisvest. De burgemeester dient dan daar een bevestigende verklaring voor te ondertekenen. Het begrip noodopvang geldt voor zowel een officiële noodopvang van de gemeente als een particuliere noodopvang. Uit een gesprek tussen de advocaat, een verantwoordelijke wethouder en mijzelf bleek dat de gemeente, ook met name door de vele publiciteit rond Mohamed zeker welwillend was zijn leed te verzachten en het toebrengen van leed aan andere illegalen, die zich nog zouden melden, te voorkomen. Na enig beraad en het overleggen van een ondertekende verklaring van hen die bij de noodopvang waren betrokken, besloot de burgemeester van Zutphen die verklaring af te geven. Er waren 24 mensen bereidt, die op materiële en/of immateriële wijze betrokken zijn geweest bij zijn ondersteuning, de door de gemeente verlangde noodopvangverklaring te ondertekenen. Met het afgeven van deze verklaring bleek Mohamed in aanmerking te komen voor het generaal pardon en kon de IND hem niet langer vasthouden. Op 15 maart reed ik na mijn laatste nachtdienst vanuit Zutphen naar Ter Apel. Het weerzien met Mohamed was emotioneel en vreugdevol. Twee dagen na zijn vrijlating werd er door Mohamed’s vrienden een spontaan feest georganiseerd, waarbij enkele Soedanese musici de feestvreugde verhoogden.
De journalist van de Stentor die juist de menselijke kant van dit hele verhaal wilde belichten vroeg een week na zijn vrijlating aan Mohamed om een interview. Daarin werd hem de vraag gesteld of hij zich nu vrij en ontspannen kon voelen. Mohamed reageerde daar aarzelend op. Voor hem blijft het afwachten en zal hij pas gerust gesteld zijn op het moment dat hij een definitieve verblijfsvergunning heeft. Dat de Nederlandse Staat hem geen rust gunt, ondanks zijn nu duidelijke positie van in aanmerking komend voor de pardonregeling, bleek op 3 april. Die dag viel er op Mohamed’s gastadres een aan hem geadresseerde enveloppe in de bus. Het bleek een brief van het Centraal Justitieel Incassobureau te zijn, met een daaraan gehechte acceptgirokaart. Op die acceptgirokaart stond het bedrag vermeld van € 400,-. Of hij dit bedrag maar even voor 16 mei zou willen betalen, anders zou het met nog eens € 100,- worden verhoogd. De reden voor deze totaal onbegrijpelijke boete werd in de begeleidende brief als volgt omschreven: “Niet onverwijld melding doen van aanwezigheid door vreemdeling, wiens verblijf niet of niet langer is toegestaan.”
Vrij vertaald komt het hierop neer dat hij na zijn vrijlating in december 2004 nadat hij binnen 24 uur het land niet had kunnen verlaten, zich gelijk weer had moeten melden. Dit stond echter niet inde brief die hij toen bij zijn vrijlating meekreeg. Het is natuurlijk sowieso een belachelijke reden voor een boete aan een illegaal in Nederland verblijvende. De ochtend na het ontvangen van deze boete, had ik een gesprek met een dame van de vreemdelingendienst. Zij was steeds bij de gehele zaak betrokken geweest vanaf het moment dat Mohamed het laatst werd opgepakt. In het gesprek, waarin ik mijn verontwaardiging en onbegrip uitte, gaf zij aan zelf die boete te hebben uitgeschreven daar de regels dat nu eenmaal voorschrijven. Daarop ontspon zich een gesprek tussen ons over de onzin van die regels en de kromme situaties die daardoor ontstaan. Zij gaf toen zelf toe dat het allemaal heel erg krom is, maar dat zij een lijn moeten trekken en geen uitzonderingen mogen maken. Verder gaf zij aan dat zij een keus had moeten maken tussen het beboeten van de onderdak biedende personen of het beboeten van Mohamed. Zij had dus voor het laatste gekozen. Aangezien Mohamed zelf geen cent heeft, kunnen zij dat geld dus op hun buik schrijven. Ik zou sowieso niet mee willen werken aan het verrijken van de Nederlandse Staat op basis van het leed toebrengen aan deze rechteloze uitgeprocedeerde asielzoeker.
Mohamed’s levensverhaal is vol van treurnis, maar ook vol van de wil om het beste in mensen te blijven zien. Met verbazing heb ik hem horen zeggen dat, ondanks zijn moeilijke en onzekere positie als illegaal in Nederland, hij ons land het beste land vindt. Op zijn zoektocht naar menselijkheid in de Nederlandse samenleving, werd door de autoriteiten de voordeur voor hem op een kier gezet en vervolgens met een harde klap in zijn gezicht dicht gesmeten. Daar hijzelf zo een zuiver mens is en blijft zoeken naar het goede in anderen, heeft hij uiteindelijk dat goede ook gevonden in een aantal zeer betrokken Nederlandse vrienden en vriendinnen. Echter kan hij daar voor zijn verblijf in Nederland geen enkele zekerheid aan ontlenen en blijft hij vooralsnog veroordeeld tot een schaduwbestaan. Officieel bestaat hij als mens niet eens, daar de zekerheid van zijn bestaan niet te bewijzen valt middels identiteitspapieren. Toch weet ik dat hij bestaat. Ik ontmoet hem regelmatig. Ik spreek, lach en huil met hem en geef hem al de menselijke warmte die ik hem kan geven. Ik ondersteun hem waar nodig en krijg daar hele mooie en dankbare reacties voor terug. Hij deelt zijn wijsheid met mij en heeft me laten ervaren dat er niet alleen één islamitische opvatting bestaat. Zijn interpretatie van de Islam is geheel volgens zijn beleving van menselijkheid, heel zuiver en vrij. Voor mij is dit alles voldoende bewijs van zijn bestaan. Voor mij is dit ook voldoende legitimatie voor zijn bestaansrecht.
Ik hoop dat u door het lezen van dit artikel er ook van overtuigd zult zijn geraakt dat deze Soedanese jongeman werkelijk bestaat en ook bestaansrecht heeft. Of dat bestaansrecht door de Nederlandse Staat bevestigd gaat worden in de vorm van een definitieve verblijfsstatus blijft vooralsnog onduidelijk. De politiek is nog steeds niet duidelijk over hoe ze de generaal pardonregeling vorm wil geven. Een ambtelijk lang traject, waar velen door in onzekerheid worden gehouden en waardoor zij onnodig moeten lijden. In mijn verbinding met het leed van één enkel ontheemd medemens, zie ik de ontheemding en het leed van de gehele mensheid weerspiegelt. Een mensheid die hevig verlangd naar rechtvaardigheid, vrijheid, gelijkwaardigheid en broederschap. Mag ik u vragen het uwe bij te dragen aan de verwezenlijking er van?
Arend Zeevat
|