popolvuh.jpg

Polls

Kies het meest waarschijnlijke. Wat brengt 2009?
 
Home
Demasque PDF Afdrukken E-mail
donderdag 30 maart 2006

Door J. van Rijckenborgh 

Nu het nieuwe gnostieke rijk tot een werkelijkheid geworden is en alle serieuze leerlingen van de moderne jonge gnostieke Broederschap tot aan de grenzen van het ons beloofde land gevoerd zijn; nu de voorbereidende woestijngang van zovele jaren achter ons ligt en wij bezig zijn bij al onze broeders en zusters het juiste bewustzijn te wekken waarmee het nieuwe rijk kan worden betreden; wordt het dringend noodzakelijk u te informeren met betrekking tot tal van begeleidende verschijnselen in de wereld van vandaag. Wanneer u terzake niet wordt ingelicht en u geen klaar inzicht zult hebben op de achtergrond van zeer vele komende gebeurtenissen, zult u ongetwijfeld worden misleid en, met de beste bedoelingen, naar de afgrond voerende wegen gaan bewandelen, zodat u voor het gnostieke rijk geheel verloren zult gaan. In de ontwikkeling van iedere gnostieke Broederschap kwamen periodes voor van dergelijke aard.Periodes waarin, juist op het punt van slagen, juist vó6r het bereiken, de grootste moeilijkheden van buitenaf werden ontwikkeld en grote belemmeringen en begoochelingen de overwinning trachtten teniet te doen. De verslagen van al deze gebeurtenissen bezitten wij in de vorm van legenden en gesluierde verhalen, doch eveneens staan zeer nauwkeurige verhandelingen ter beschikking, die het verloop der gebeurtenissen op de voet volgden.

De situaties waarvoor de elkaar opvolgende gnostieke Broederschappen zich geplaatst zagen, waren steeds zeer verschillend, geheel in overeenstemming met altijd wisselende stralingen en spanningen van de planetaire en zodiakale wijzers van het sterrejaar dat, zoals u wellicht weet, ongeveer 26000 jaren duurt.

Daarom hadden de achtereenvolgende gnostieke Broederschappen in de bedoelde periodes hunner ontwikkeling onder andere vreselijke vervolgingen te verduren, uitgaande van vijandelijk gerichte broederschappen, of vervolgingen die optraden in samenhang met geweldige kosmische en atmosferische gebeurtenissen.

Zo kan men dan ook zeggen dat het principe dat aan alle gnostieke ervaring ten grondslag ligt, steeds hetzelfde is. De reeks gebeurtenissen en de entourage zijn daarbij echter steeds wisselend, hoewel ook hier niets tot ontwikkeling kan komen dat niet reeds geweest is in de eeuwen die achter ons liggen. De onophoudelijke wentelingen der sterrejaren maken dit tot een volstrekte zekerheid. Om de psychologische achtergrond der komende gebeurtenissen goed te kunnen verstaan, moet u eropletten dat alle schepselen in een dialectische natuurorde krachtens hun geboortestaat niet alleen op zelfhandhaving, doch ook op zelfbescherming gericht zijn. Behalve natuurorde, is dat natuurplicht, natuurdrang, een eenvoudig niet anders kunnen. Wie de ikstaat liefheeft, wie aan de ikstaat der natuurgeboorte gebonden ligt, zal krachtens deze ikcentrale gesteldheid een ieder die deze natuurstaat ontbinden of daaraan ontkomen wil moeten zien als een vijand, althans als een gevaar. Daar wij als natuurgeborenen allen met dit natuurveld één wezen, één lichaam vormen, is het duidelijk dat, wanneer wij als gnostiek-gerichte mensen aan deze natuur willen ontkomen en ons wenden tot het andere rijk, wij de grondslagen der „orde" waarmee wij van nature verbonden zijn, aantasten en desorganiseren en verzwakken. Alle natuureonen met hun krachten en al hun horigen zijn dan ook, zodra wij het gnostieke pad bewandelen, onmiddellijk, eventueel dwars tegen alle gevoelsoverwegingen en beschavingsgewoonten in, direct onze verklaarde tegenstanders.


Wie zich wendt tot het heil dat in het licht Christi verborgen ligt en daarvan de juiste consequenties trekt, vindt daarom onmiddellijk vijandschap op aarde. Deze vijandschap is dan een natuurwetmatige reactie, natuurwetmatige zelfbescherming. Daarom wordt de weg van een mens ten zeerste geblokkeerd en met allerlei obstakels bezaaid, zodra hij ernst maakt met het pad. Onmiddellijk is hij dan een vreemdeling op aarde, wie het licht in de ogen niet wordt gegund en die bij dag en bij nacht wordt weerstaan, precies zoals ons dat wordt geschetst in de geschiedenis van de grote werelddienaren. Zij werden krachtens hun wezen en hun taak weerstaan en bestreden; doch daar zij de psychologische achtergrond van al deze weerstand kenden, de dwangpositie doorschouwden en uitsluitend gedreven werden door een intense liefde voor de gehele mensheid, werd de weerstand door hen niet beantwoord met weerstand, doch met intens medelijden en volkomen strijdloosheid.

Hun wapen - zo men daarvan spreken kan - was slechts de eenpuntige gerichtheid op de stroom der genade, op de elektromagnetische richtlijnen en krachtlijnen van het andere rijk. Daarmee waren zij volkomen veilig, terwijl zij door hun „no reaction" alle strijd, die hen anders zou binden, vermeden. Een geheel ander aspect van deze zaak is het volgende. De dialectische natuurorde als systeem, als kosmisch veld in de alopenbaring, maakt deel uit van een groter veld, een grotere kosmos, waarvan zij dus afhankelijk is. Aangezien het dialectische veld een gesepareerd geheel - of, naar het woord van Jacob Boehme, een toegesloten geheel - vormt, als het ware afgescheiden van de overige alopenbaring omdat het een tegennatuur stelt ten opzichte van het goddelijke plan dat aan het al ten grondslag ligt, zal het dialectische natuurveld, als toegesloten kosmos, periodiek door het interkosmische veld worden gecorrigeerd en worden gereinigd van alle ongerechtigheden die binnen zijn omslotenheid plaatsvinden en het dialectische veld als woon- en levensveld steeds weer onmogelijk dreigen te maken. Het is het tragische lot van alle natuureonen, hun krachten en horigen, dat zij, krachtens hun natuur, zich ook verzetten tegen, en dus de strijd aanbinden met, de Logos en zijn corrigerende gangen, want ieder natuurgeboren schepsel is, behalve op zelfhandhaving, ook gericht op' zelfbescherming. Wanneer het hoe dan ook en waarom dan ook in zijn natuurgang gecorrigeerd wordt, zal het tegen de Corrector de strijd aanbinden en ieder het-zelf-en-zijn-wereld-aantastende proces weerstaan. De Logos roept ons door middel van zijn aldoordringende lichtkracht en wanneer wij op deze roep antwoorden door het pad te gaan, ondervinden wij terstond vijandschap en vreemdelingschap op aarde.

Het lot van de Pistis Sophia wordt dan het onze.De Logos zal voorts, zoals gezegd, in de wenteling der sterrengangen periodiek ingrijpen in de totale loop der dialectische gebeurtenissen, tot reiniging en loutering, gedreven door de eeuwige liefde die het al, en dus ook de dialectische wereld, draagt. Maar terstond zal al het creatuurlijke ook de Logos weerstaan. Het m6ét dat krachtens zijn natuurstaat, en het doet het omdat het niet anders kan, krachtens zijn gebondenheid onder de wet der natuur. Zo moet u het leven onder de wet verstaan.Dat is de tragiek van de boze, een tragiek die door de eeuwen heen door zoveel zieners, denkers en dichters beschreven werd:

Ik groet u, licht dat binnenslaat
in mijn domein.
Ik groet u, gij die wegen gaat
die ik bestrijd, met vuurge haat.
Ik weet, u is de overwinning, God,
en toch, ik strijd met u!
Het is mijn lot:
tot aan de dood, tot 't laatste uur,
ik wedersta u, God!


Wij leven in een tijd waarin niet slechts een jonge gnostieke Broederschap aan de greep der natuur ontkomt en daarom strijd ontketent, krachtens de wet der natuur, doch waarin tevens de wereld een tijdfase is binnengegaan van een wereldcorrectie door de Logos, tengevolge waarvan alle eonen der natuur, hun krachten en horigen, eveneens in het geweer komen tegen de kosmische gang. Daarom nu is ons levensmoment thans zo gecompliceerd: omdat er sprake is van een tot ontwikkeling komend totaal verzet zowel tegen de kosmische en atmosferische revolte als tegen een breed opgezette gnostieke beweging.

De grondslagen der dialectische natuurstaat sidderen. Een intens verzet tegen de gangen van de Logos is bezig zich te openbaren. Daar wij als gnostieke groep mede een figuur in dit grote gebeuren vormen, is het begrijpelijk dat wij ons intens zullen moeten bezinnen op alles wat er te gebeuren staat, willen wij ten eerste blijven staan in de storm en ten tweede het grote heilige werk dienen zoals het behoort. Wanneer wij dan tot dit onderzoek overgaan, mogen wij zeker niet veronderstellen dat deze strijd, deze tegenstand, gestalte gaat nemen op de wijzen die wij kennen en gelijkenis vertonen zou met de gewone menselijke strijd door middel van wapenen. Neen, de wapenen die de natuureonen met hun krachten en horigen gebruiken, zijn altijd de wapenen der imitatie, de wapenen der vervalsing, der nabootsing, der toneelmatigheid.

Het zijn wapenen die worden ingezet met een geniaal vernuft, met een zeer diepgaande wetenschappelijke kennis, die grondig en praktisch wordt toegepast. En daarbij zo verbluffend alomvattend en efficiënt dat, wanneer de mensheid daarmee zal worden geconfronteerd, zij volkomen overrompeld zal worden, omdat zij zich omringd zal zien door een intens wonder; zulk een wonder dat zij niet zal kunnen nalaten erin te geloven, er volkomen op te vertrouwen en dus: het geopenbaarde zal volgen. Daarom komen er in alle heilige taal waarschuwingen voor tegen de verschijning van de antikrist, bijvoorbeeld in Mattheus 24:

Want er zullen valse Christussen en valse profeten opstaan,en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zo, dat zelfs de mogelijkheid bestaat dat ook uitverkorenen zullen worden misleid. Zie, ik heb het u voorzegd. Van welke aard deze tekenen en wonderen zullen zijn, dienen wij ten volle te onderzoeken en te verstaan, want de tijd is gekomen dat zij zich aan ons en onze medemensen zullen voordoen en opdringen.

 
© 2010 Het Nieuwe Denken
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.