|
Door J. van Rijckenborgh Nu het nieuwe gnostieke rijk tot een werkelijkheid
geworden is en alle serieuze leerlingen van de moderne jonge gnostieke Broederschap tot aan de grenzen van het ons beloofde land gevoerd zijn; nu de
voorbereidende woestijngang van zovele jaren achter ons ligt en wij bezig zijn bij al onze broeders en zusters het juiste bewustzijn te wekken waarmee het
nieuwe rijk kan worden betreden; wordt het dringend noodzakelijk u te informeren met betrekking tot tal van begeleidende verschijnselen in de wereld van
vandaag. Wanneer u terzake niet wordt ingelicht en u geen klaar inzicht zult hebben op de achtergrond van zeer vele komende gebeurtenissen, zult u
ongetwijfeld worden misleid en, met de beste bedoelingen, naar de afgrond voerende wegen gaan bewandelen, zodat u voor het gnostieke rijk geheel verloren
zult gaan. In de ontwikkeling van iedere gnostieke Broederschap kwamen periodes voor van dergelijke aard.Periodes waarin, juist op het punt van slagen, juist
vó6r het bereiken, de grootste moeilijkheden van buitenaf werden ontwikkeld en grote belemmeringen en begoochelingen de overwinning trachtten teniet
te doen. De verslagen van al deze gebeurtenissen bezitten wij in de vorm van legenden en gesluierde verhalen, doch eveneens staan zeer nauwkeurige
verhandelingen ter beschikking, die het verloop der gebeurtenissen op de voet volgden.
De situaties waarvoor de elkaar opvolgende gnostieke
Broederschappen zich geplaatst zagen, waren steeds zeer verschillend, geheel in overeenstemming met altijd wisselende stralingen en spanningen van de
planetaire en zodiakale wijzers van het sterrejaar dat, zoals u wellicht weet, ongeveer 26000 jaren duurt.
Daarom hadden de achtereenvolgende
gnostieke Broederschappen in de bedoelde periodes hunner ontwikkeling onder andere vreselijke vervolgingen te verduren, uitgaande van vijandelijk gerichte
broederschappen, of vervolgingen die optraden in samenhang met geweldige kosmische en atmosferische gebeurtenissen.
Zo kan men dan ook zeggen dat
het principe dat aan alle gnostieke ervaring ten grondslag ligt, steeds hetzelfde is. De reeks gebeurtenissen en de entourage zijn daarbij echter steeds
wisselend, hoewel ook hier niets tot ontwikkeling kan komen dat niet reeds geweest is in de eeuwen die achter ons liggen. De onophoudelijke wentelingen der
sterrejaren maken dit tot een volstrekte zekerheid. Om de psychologische achtergrond der komende gebeurtenissen goed te kunnen verstaan, moet u eropletten
dat alle schepselen in een dialectische natuurorde krachtens hun geboortestaat niet alleen op zelfhandhaving, doch ook op zelfbescherming gericht zijn.
Behalve natuurorde, is dat natuurplicht, natuurdrang, een eenvoudig niet anders kunnen. Wie de ikstaat liefheeft, wie aan de ikstaat der natuurgeboorte
gebonden ligt, zal krachtens deze ikcentrale gesteldheid een ieder die deze natuurstaat ontbinden of daaraan ontkomen wil moeten zien als een vijand, althans
als een gevaar. Daar wij als natuurgeborenen allen met dit natuurveld één wezen, één lichaam vormen, is het duidelijk dat,
wanneer wij als gnostiek-gerichte mensen aan deze natuur willen ontkomen en ons wenden tot het andere rijk, wij de grondslagen der „orde" waarmee
wij van nature verbonden zijn, aantasten en desorganiseren en verzwakken. Alle natuureonen met hun krachten en al hun horigen zijn dan ook, zodra wij het
gnostieke pad bewandelen, onmiddellijk, eventueel dwars tegen alle gevoelsoverwegingen en beschavingsgewoonten in, direct onze verklaarde tegenstanders.
Wie zich wendt tot het heil dat in het licht Christi verborgen ligt en daarvan de juiste consequenties trekt, vindt daarom onmiddellijk
vijandschap op aarde. Deze vijandschap is dan een natuurwetmatige reactie, natuurwetmatige zelfbescherming. Daarom wordt de weg van een mens ten zeerste
geblokkeerd en met allerlei obstakels bezaaid, zodra hij ernst maakt met het pad. Onmiddellijk is hij dan een vreemdeling op aarde, wie het licht in de ogen
niet wordt gegund en die bij dag en bij nacht wordt weerstaan, precies zoals ons dat wordt geschetst in de geschiedenis van de grote werelddienaren. Zij
werden krachtens hun wezen en hun taak weerstaan en bestreden; doch daar zij de psychologische achtergrond van al deze weerstand kenden, de dwangpositie
doorschouwden en uitsluitend gedreven werden door een intense liefde voor de gehele mensheid, werd de weerstand door hen niet beantwoord met weerstand, doch
met intens medelijden en volkomen strijdloosheid.
Hun wapen - zo men daarvan spreken kan - was slechts de eenpuntige gerichtheid op de stroom der
genade, op de elektromagnetische richtlijnen en krachtlijnen van het andere rijk. Daarmee waren zij volkomen veilig, terwijl zij door hun „no
reaction" alle strijd, die hen anders zou binden, vermeden. Een geheel ander aspect van deze zaak is het volgende. De dialectische natuurorde als
systeem, als kosmisch veld in de alopenbaring, maakt deel uit van een groter veld, een grotere kosmos, waarvan zij dus afhankelijk is. Aangezien het
dialectische veld een gesepareerd geheel - of, naar het woord van Jacob Boehme, een toegesloten geheel - vormt, als het ware afgescheiden van de overige
alopenbaring omdat het een tegennatuur stelt ten opzichte van het goddelijke plan dat aan het al ten grondslag ligt, zal het dialectische natuurveld, als
toegesloten kosmos, periodiek door het interkosmische veld worden gecorrigeerd en worden gereinigd van alle ongerechtigheden die binnen zijn omslotenheid
plaatsvinden en het dialectische veld als woon- en levensveld steeds weer onmogelijk dreigen te maken. Het is het tragische lot van alle natuureonen, hun
krachten en horigen, dat zij, krachtens hun natuur, zich ook verzetten tegen, en dus de strijd aanbinden met, de Logos en zijn corrigerende gangen, want
ieder natuurgeboren schepsel is, behalve op zelfhandhaving, ook gericht op' zelfbescherming. Wanneer het hoe dan ook en waarom dan ook in zijn natuurgang
gecorrigeerd wordt, zal het tegen de Corrector de strijd aanbinden en ieder het-zelf-en-zijn-wereld-aantastende proces weerstaan. De Logos roept ons door
middel van zijn aldoordringende lichtkracht en wanneer wij op deze roep antwoorden door het pad te gaan, ondervinden wij terstond vijandschap en
vreemdelingschap op aarde.
Het lot van de Pistis Sophia wordt dan het onze.De Logos zal voorts, zoals gezegd, in de wenteling der sterrengangen
periodiek ingrijpen in de totale loop der dialectische gebeurtenissen, tot reiniging en loutering, gedreven door de eeuwige liefde die het al, en dus ook de
dialectische wereld, draagt. Maar terstond zal al het creatuurlijke ook de Logos weerstaan. Het m6ét dat krachtens zijn natuurstaat, en het doet het
omdat het niet anders kan, krachtens zijn gebondenheid onder de wet der natuur. Zo moet u het leven onder de wet verstaan.Dat is de tragiek van de boze, een
tragiek die door de eeuwen heen door zoveel zieners, denkers en dichters beschreven werd:
Ik groet u, licht dat
binnenslaat in mijn domein. Ik groet u, gij die wegen gaat die ik bestrijd, met vuurge haat. Ik weet, u is de overwinning, God, en
toch, ik strijd met u! Het is mijn lot: tot aan de dood, tot 't laatste uur, ik wedersta u, God!
Wij leven in een
tijd waarin niet slechts een jonge gnostieke Broederschap aan de greep der natuur ontkomt en daarom strijd ontketent, krachtens de wet der natuur, doch
waarin tevens de wereld een tijdfase is binnengegaan van een wereldcorrectie door de Logos, tengevolge waarvan alle eonen der natuur, hun krachten en
horigen, eveneens in het geweer komen tegen de kosmische gang. Daarom nu is ons levensmoment thans zo gecompliceerd: omdat er sprake is van een tot
ontwikkeling komend totaal verzet zowel tegen de kosmische en atmosferische revolte als tegen een breed opgezette gnostieke beweging.
De
grondslagen der dialectische natuurstaat sidderen. Een intens verzet tegen de gangen van de Logos is bezig zich te openbaren. Daar wij als gnostieke groep
mede een figuur in dit grote gebeuren vormen, is het begrijpelijk dat wij ons intens zullen moeten bezinnen op alles wat er te gebeuren staat, willen wij ten
eerste blijven staan in de storm en ten tweede het grote heilige werk dienen zoals het behoort. Wanneer wij dan tot dit onderzoek overgaan, mogen wij zeker
niet veronderstellen dat deze strijd, deze tegenstand, gestalte gaat nemen op de wijzen die wij kennen en gelijkenis vertonen zou met de gewone menselijke
strijd door middel van wapenen. Neen, de wapenen die de natuureonen met hun krachten en horigen gebruiken, zijn altijd de wapenen der imitatie, de wapenen
der vervalsing, der nabootsing, der toneelmatigheid.
Het zijn wapenen die worden ingezet met een geniaal vernuft, met een zeer diepgaande
wetenschappelijke kennis, die grondig en praktisch wordt toegepast. En daarbij zo verbluffend alomvattend en efficiënt dat, wanneer de mensheid daarmee
zal worden geconfronteerd, zij volkomen overrompeld zal worden, omdat zij zich omringd zal zien door een intens wonder; zulk een wonder dat zij niet zal
kunnen nalaten erin te geloven, er volkomen op te vertrouwen en dus: het geopenbaarde zal volgen. Daarom komen er in alle heilige taal waarschuwingen voor
tegen de verschijning van de antikrist, bijvoorbeeld in Mattheus 24:
Want er zullen valse Christussen en valse profeten opstaan,en zij zullen
grote tekenen en wonderen doen, zo, dat zelfs de mogelijkheid bestaat dat ook uitverkorenen zullen worden misleid. Zie, ik heb het u voorzegd. Van welke aard
deze tekenen en wonderen zullen zijn, dienen wij ten volle te onderzoeken en te verstaan, want de tijd is gekomen dat zij zich aan ons en onze medemensen
zullen voordoen en opdringen.
|